Bovenstaande
stelling leidt vaak tot een lange vleugel
opsluiting. Zes en veertig keer begint hij met 5.39-33, maar we zien ook de
zetten 34-30 (11); 38-33 (7); 35-30 (3) en 47-41. De voortzetting 5.34-30 is
vooral bedoeld om via 5...17-21 6.30-25 7-12 7.40-34 20-24 8.34-29 zo snel
mogelijk de benen te nemen. Evert Bronstring saboteerde in de meestergroep van
het suikertoernooi 1976 tegen Overman deze opzet met 5...17-21 6.30-25 (diagram
links) 23-29 7.39-34 19-23 8.28x19 14x23 9.25x14 10x19 10.35-30 (diagram rechts)
7-12 11.44-39 9-14 12.39-33 12-18 13.33x24 8-12 14.27-22 18x27 15.31x22 12-18
16.43-39 18x27 17.24-20 15x33 18.38x20 en won tenslotte.
In het Russische kampioenschap 1956 volgde in Spantsireti - Stanowski de opmerkelijke zettenreeks 10...5-10 11.44-39 (de afwikkeling 11.32-28? is niet goed) 10-14 12.50-44 15-20 13.30-24 19x30 14.34x25 20-24 en wit kwam er helemaal niet meer aan te pas. In de partij Soumaoro - Mamina N'Diaye uit de meestergroep 1976 volgde 6...11-17 7.39-33 6-11 8.44-39 7-12 9.50-44 12-18 10.47-41 2-7 11.40-34 8-12 12.34-29 23x34 13.39x30 18-22 14.27x18 13x22 15.44-39 12-18 16.49-44 1-6 17.30-24 19x30 18.25x34 3-8 19.34-30 8-12 20.30-25 en zwart had het te bont gemaakt.
In
de partij Vrijland - Luteijn 1976 (Vdk) had zwart aanvankelijk meer succes met
6....7-12 7.40-34 12-17 8.38-33 8-12 9.42-38 12-18 10.47-42 2-8 11.34-30 20-24
12.45-40 14-20 13.25x14 9x20 14.30-25 4-9 15.25x14 9x20 16.39-34 17-22 17.28x17
11x22 18.33-28 22x33 19.38x29 24x33 20.43-39 33-38 21.42x33 en wit wist zelfs
nog te winnen. Minder geslaagd was de opbouw 5.34-30 17-21 6.30-25 20-24 7.39-33
7-12? 8.25-20 14x25 9.33-29 24x22 10.27x7 1x12 11.35-30 25x34 12.40x7 8-12
13.7x18 13x22 14.31-27 en het zwarte centrum was compleet weggevaagd.
In de partij Kosminski,I. - Mitsai URS-ch sf, 05-03-1963 had wit een gemakkelijker stelling na 6.30-25 20-24 7.39-33 13-18 8.40-34 8-13 9.44-39 7-12 10.50-44 2-8 11.27-22 18x27 12.31x22 12-18 13.44-40 18x27 14.37-31 26x37 15.42x22 21-26 16.47-42 11-17 17.22x11 16x7 18.46-41. Het is evident, dat de voortzetting 5.34-30 terecht weinig gespeeld wordt. De uitval van Evert Bronstring is het belangrijkste probleem. De voortzetting 5.35-30 is een zeldzame verschijning. Het waarom daarvan is wat onduidelijk.
Visser,S. -
Wiersma,H. FRI-ch, 14-10-1974
1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.41-37 18-23 4.33-28 12-17 5.35-30 20-25 6.39-33
17-21 7.34-29 23x34 8.30x39 19-24 9.40-34 24-30 10.45-40 30-35 11.33-29 7-12
12.38-33 15-20 13.42-38 10-15 14.29-23 13-19 15.34-29 25-30 16.40-34 20-25
17.50-45 5-10 18.44-40 35x44 19.49x40 8-13 20.40-35 2-8 21.35x24 19x30 22.45-40
15-20 23.47-42 30-35 24.46-41 35x44 25.39x50 13-19 26.43-39 8-13 27.23-18 12x23
28.29x18 13x22 29.27x18 19-24 30.48-43 14-19 31.31-27 10-15 32.50-44 24-30
33.28-23 19x28 34.32x23 21x32 35.38x27 11-17 36.43-38 1-7 37.33-29 9-13 38.18x9
4x13 39.44-40 7-12 40.40-35 20-24 41.29x20 15x24 42.37-32 13-18 43.23-19 24x13
44.35x24 6-11 45.42-37 26-31 46.37x26 13-19 47.24x22 17x46 48.34-30 25x21
49.26x6 46-23 50.36-31 16-21 0-2 (2.00/1.58)
Diverse methoden zijn aanwezig om de problemen uit de partij, waarbij wit door het centrum wordt gedreven te vermijden. Hoewel je je kunt afvragen of het resultaat de voorpost 18 nu zo slecht is voor de witspeler. Zetten als 9.40-34 en 10.45-40 zijn bedoeld om de spanningen op te voeren. Een gedeelte van de problemen is de te danken aan slechte timing van de ruil 44-40. Een zet eerder en hetzelfde verloop geeft wit de kans (dank zij gaatje op 10) zich te bevrijden met de ruil 23-18. Een ander idee is 18.44-40x50x34 en het witte centrum blijft aandringen over veld 18 zonder de tempoproblemen uit de partij.
Wal,van der,J.
- Hofstee,K. Heijting y, 29-07-1974
1.31-27 17-21 2.33-28 18-23 3.36-31 21-26 4.41-36 12-17 5.35-30 20-25 6.39-33
17-21 7.34-29 23x34 8.30x39 19-24 9.39-34 7-12 10.43-39 11-17 11.27-22 6-11
12.31-27 14-19 13.36-31 12-18 14.49-43 15-20 15.47-41 10-15 16.34-29 5-10
17.39-34 10-14 18.44-39 2-7 19.50-44 8-12 20.41-36 4-10 21.40-35 24-30 22.35x24
19x30 23.45-40 20-24 24.29x20 15x24 25.33-29 24x33 26.38x29 10-15 27.42-38 14-19
28.38-33 9-14 29.43-38 30-35 30.48-43 3-9 31.29-24 19x30 32.33-29 14-20 33.38-33
20-24 34.29x20 15x24 35.34-29 18-23 36.28x8 17x28 37.8x6 30-34 38.39x19 28x50
39.40-34 50-45 40.27-22 21-27 41.32x21 26x28 42.31-26 16-21 43.26x17 28-33
44.29x38
Ook de nederlaag, die Jannes van der Wal in het Heytings damtoernooi 1974 een
paar maanden eerder had weinig met de opening van doen. Zwart heeft zojuist het
laatste zinnige tempo gespeeld. Jannes besluit te lossen 21.40-35. Een ander
idee is 21.46-41 om ook het tempo 21...3-8 of 21...1-6 uit te lokken. Na
21.46-41 3-8 is het plan 22.40-35? 24-30 23.35x24 19x30 24.45-40 20-24 25.29x20
15x24 26.33-29 verhinderd door 18-23 X. Maar 21.46-41 3-8 22.29-23 ziet er goed
uit, omdat bv. 22-18x18 kan.