De controle over de rechter bordhelft is beslissend voor de uitkomst van de opening. Het is van belang een voldoende groot ontvangstcomité achter de hand te hebben om de uitstoot 23-29 op te vangen.
Sretenski,N.
- Mogiljanski,A. URS-ch, 27-11-1969
1.31-27 18-23 2.36-31 17-21 3.41-36 21-26 4.33-28 12-17 5.27-22 17-21 6.31-27
7-12 7.39-33 12-18 8.44-39 20-24 9.34-30 14-20 10.30-25 1-7 11.25x14 9x20
12.40-34 7-12 13.34-30 20-25 14.50-44 25x34 15.39x30 15-20 16.44-40 10-15
17.40-34 4-9 18.33-29 24x33 19.38x29 20-24 20.29x20 15x24 21.43-38 5-10 22.49-43
9-14 23.43-39 23-29 24.34x23 18x29 25.39-34 29x40 26.45x34 12-18 27.36-31 11-17
28.22x11 6x17 29.38-33 3-9 30.46-41 17-22 31.28x17 21x12 32.41-36 18-23 33.33-28
12-18 34.42-38 8-12 35.47-42 23-29 36.34x23 18x29 37.30-25 29-34 38.27-21 16x27
39.31x22 34-39 40.32-27 39-44 41.27-21 26x17 42.22x11 12-17 43.11x22 44-50
44.37-32 50-45 0-2
In deze inmiddels bekende positie besluit zwart te laten slaan. Het resultaat een strijd op leven en dood. Enerzijds heeft hij vaart gewonnen aan de lange vleugel. Maar daartegenover staat, dat hij zijn korte vleugel niet meer gemakkelijk kan bevrijden, vanwege het opspelen van schijf 1. Wit lijkt in de volgende diagramstand de boel onder controle te hebben. De formatie 30,34,35 heeft de zwarte lange vleugel stevig in zijn greep. Op termijn dreigt hij de formatie 33,38,42 neer te zetten gevolgd door de ruil 33-29x29. De enige kans voor zwart is de uitbraak 23-29. De gespeelde zet 21.43-38 is dan ook niet de meest voor de hand liggende opbouw. Beter lijkt 21.42-38 en 22.47-42.
Overigens
moet steeds bedacht zijn op de ruil 11-17x17 gevolgd door de afwikkeling 17-22
en 23-28. Dat speelt zowel na 42-38 als 43-38 9-14 een rol. Op 21.43-38 9-14
22.49-43 11-17 23.22x11 6x17 24.37-31x31 of 27-22 is 21...9-14 toch wel een
flinke aderlating. Na 21.42-38 9-14 22.45-40 11-17 23.22x11 6x17 24.47-41
kan wit zijn inklemming handhaven. Het bezwaar van 22.45-40 is enigszins de
uitbraak 22...23-29x29. Met 21.42-38 9-14 22.47-42 is 22...23-29 23.34x23 18x29
24.49-44 12-18 25.30-25 18-23 26.43-39 of 26.44-39 heeft wit druk tegen 29.
Wit onderneemt helemaal niets tegen schijf 29 en wordt na 25.39-34 ingeblikt. Meer voor de hand ligt 25.39-33 12-18 26.37-31 26x37 27.42x31 21-26 28.47-42 26x37 29.42x31 8-12 30.46-41 12-17 31.41-37 18-23 32.31-26 2-8? 33.36-31 3-9 34.30-25 X (Truus). De vroegtijdige omknelling van het witte centrum met 33-29 heeft in een beperkt aantal partijen een rol gespeeld. Jaren geleden is de partij Roozenburg - Bronstring eens aanleiding geweest voor een studie van de nationale toptraining. Het materiaal heb ik niet tot mijn beschikking. Later komen we op deze partij terug.
Bokhoven,van,T. - Boerrigter,P. NLD-chT
1a, 25-02-1989
1.33-28 18-23 2.31-27 17-21 3.37-31 21-26 4.41-37 12-17 5.27-22 17-21 6.31-27
7-12 7.38-33 2-7 8.42-38 20-24 9.34-30 14-20 10.47-42 12-18 11.30-25 7-12
12.25x14 9x20 13.40-34 24-29 14.33x24 20x40 15.45x34 15-20 16.39-33 10-15
17.43-39 4-9 18.44-40 5-10 19.50-45 12-17 20.49-43 1-7 21.33-29 26-31 22.37x26
7-12 23.39-33 20-24 24.29x20 15x24 25.34-30 9-14 26.40-34 24-29 27.33x24 23-29
28.24x33 19-23 29.28x19 17x39 30.26x17 11x31 31.36x27 13x24 32.30x19 39x30
33.35x24 14x23 34.24-20 10-15 35.20-14 8-13 en later remise.
Met de opbouw 23.42-37! 20-24 24.29x20 15x24 25.36-31 was het simpel uit geweest. Als laatste zet heeft zwart 20...1-7? gespeeld. Na 21.33-29! dreigde een hele serie combinaties, waaronder de Haarlemmer en de hielslag. Bijvoorbeeld 21...20-24 22.29x20 15x24 23.35-30 X en 21...10-14 22.29-24 20x29 23.37-31 X. Op 21...20-25 volgt 22.29-24 19x30 23.28x19 X. In veel Ghestem doorstoten verzorgt 33-29 de genadeslag. Na het gedwongen 20-24x24 is de zwarte vleugel beslissend verzwakt.
Scholma,A.
- Kalsbeek,F. Brunssum, 14-08-1991
1.33-28 18-23 2.31-27 17-21 3.36-31 21-26 4.41-36 12-17 5.27-22 17-21 6.31-27
7-12 7.39-33 12-18 8.44-39 1-7 9.33-29 20-24 10.29x20 15x24 11.38-33 7-12
12.42-38 12-17 13.47-42 10-15 14.34-30 14-20 15.30-25 4-10 16.25x14 9x20
17.40-34 24-29 18.33x24 20x40 19.45x34 15-20 20.39-33 10-15 21.49-44 5-10
22.44-39 20-25 23.36-31 15-20 24.46-41 10-15 25.41-36 20-24 26.34-30 25x34
27.39x30 3-9 28.43-39 9-14 29.39-34 8-12 30.33-29 24x33 31.38x29 14-20 32.42-38
20-24 33.29x20 15x24 34.38-33 2-8 35.50-45 23-29 36.34x14 18-23 37.30x19 13x24
38.28x30 17x39 39.45-40 12-18 40.14-10 11-17
De omknelling 33-29 zien we vaker als zwart in plaats van 20-24 heeft opgebouwd met 1-7-12. Interessant is de uitkomst van de strijd na het uitspelen van de tempi met 20-25 en later de uitval 29-24xx24. Evert Bronstring vertelde mij eens, dat volgens de toptraining het zolang mogelijk uitstelen van 29-24 het kansrijkst is. Kalsbeek heeft geen zin in zulke complicaties en accepteert direct een morele nederlaag. Hetzelfde gebrek aan strijdvaardigheid speelt hem parten in de laatste diagramstand. Ongetwijfeld had de zet 15...9-14 de tegenstander veel meer werk gegeven.
Op 15...9-14 16.39-34 beschikt zwart over diverse afwikkelingen ingeleid met 26-31, 24-30 of 24-29. Niet allen zijn even goed. Echter 16...24-29 17.33x24 19x39 18.28x10 5x14 19.43x34 17x28 20.32x12 21x43 21.49x38 8x17 had wit waarschijnlijk niet toe willen laten.