Het openen van de stelling werkt meestal in het voordeel van de zwartspeler. Er ontstaan dreigingen tegen het witte centrumblok en het blijkt vaak mogelijk versterkingen van de korte naar de lange vleugel te transporteren.
Veenstra,R.
- Hoeksema,E. GRO-ch, 15-10-1990
1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.41-37 18-23 4.33-28 12-17 5.27-22 17-21 6.31-27
20-24 7.38-33 14-20 8.43-38 10-14 9.49-43 23-29 10.34x23 24-30 11.35x24 20x18
12.39-34 5-10 13.44-39 19-23 14.28x19 14x23 15.34-29 23x34 16.40x29 10-14
17.45-40 14-19 18.40-35 7-12 19.47-41 1-7 20.35-30 18-23 21.29x18 12x23 22.50-44
7-12 23.44-40 12-18 24.40-35 15-20 25.39-34 20-24 26.33-28 24-29 27.30-25 29x40
28.35x44 9-14 29.38-33 4-9 30.42-38 14-20 31.25x14 9x20 32.44-40 20-24 33.40-35
3-9 34.36-31 9-14 35.43-39 14-20 36.41-36 20-25 37.39-34 2-7 38.48-42 24-29
39.33x24 19x39 40.28x19 13x24 41.22x2 39-44 42.2x30 25x34
Meestal is zwart de dreiging 33-29x18 voor met de opmars 7-12-18. Maar als als witspeler deze ruil mag nemen, ben je niet echt blij. De terugruil 23-29 en 24039x18 blijkt beter voor zwart, daarom verdient 9.34-30 wellicht de voorkeur. In vergelijking met de normale situatie is de schijvenverdeling twee schijven slechter voor wit. Imers schijf 1 is opgelost en schijf 47 is op 41 terecht gekomen. Toch moet zwart alert spelen en gebruik maken van het enige moment, waarop 26...24-29! mogelijk is.
Sijbrands,T.
- Toet,K. 09-01-1976
1.31-27 18-23 2.33-28 17-21 3.37-31 21-26 4.41-37 12-17 5.27-22 17-21 6.31-27
7-12 7.38-33 12-18 8.42-38 20-24 9.36-31 14-20 10.46-41 10-14 11.41-36 5-10
12.47-42 20-25 13.34-29 23x34 14.40x20 15x24 15.44-40 10-15 16.40-34 14-20
17.34-30 25x34 18.39x30 20-25 19.50-44 25x34 20.44-39 19-23 21.39x19 23x14
22.43-39 14-19 23.45-40 15-20 24.39-34 20-25 25.33-29 19-23 26.28x19 13x33
27.22x13 8x19 28.38x29 9-14 29.48-43 14-20 30.35-30 2-8 31.42-38 8-13 32.43-39
1-7 33.38-33 7-12 34.49-44 4-10 35.40-35 10-15 36.30-24 19x30 37.35x24 12-18
38.33-28 3-9 39.39-33 9-14 40.34-30 25x23 41.28x8 20x38 42.32x43 21x41 43.36x47
26x37 44.8-3 14-19 45.3-8 19-23 46.8-26 18-22 47.26x48 16-21 48.48-37 22-28
49.43-38 21-27 50.44-39 11-16 51.39-34 27-32 52.38x27 28-33 53.37x19 16-21
54.27x16 33-38 55.19-24 2-0
Dit is
precies de stelling, die twintig jaar later ontstond in de partij Heusdens -
Nitsch. Daarin ging wit verder met 12.34-30 20-25 13.40-34 14-20 14.47-42 10-14
en kwam slecht te staan. De kernvraag is de uitkomst van 12.34-30 20-25 13.47-42
25x34 14.40x20 15x24 15.45-40 24-30 16.35x24 19x30 17.28x19 14x23 (diagram). De
achterlopen 40-34 en 40-35 zijn verhinderd door 8-12 en 23-28 met slaan naar 36.
Op 18.50-45 9-14 heeft zwart de boel onder controle. De enige kans op spel is
18.33-28 30-35 19.28x19 13x24 20.22x13 8x19. Zowel wit als zwart hebben dan een
succesje geboekt in de resulterende open lange vleugel opsluiting.
Zwart speelt
ene goede partij. Echter hier forceert hij met 25...19-23 teveel. Hij kan goed
spel houden met 25...9-14. Het ruiltje 26.29-23 18x29 27.34x23 heeft het bezwaar
8-12-18 en 11-17 met een gunstige hergroepering. Na andere zetten is 26...4-10
sterk.
In de
laatste diagramstand is het mooi al van de zwarte stand. Hij zou kunnen
overwegen met 30...4-10 de witte korte vleugel onder druk te zetten. Echter na
31.43-39 10-15 32.40-35 20-24 33.29x20 15x24 34.39-33 kan wit werken met
33-28-22 en 33-28-23 en staat niet minder.
Drost,F. - Wiersma,H. Suiker GMA, 18-12-1970
1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.41-37 18-23
4.33-28 12-17 5.27-22 17-21 6.31-27 7-12 7.38-33 12-18 8.42-38 1-7 9.34-30 7-12
10.30-25 12-17 11.40-34 20-24 12.34-30 14-20 13.25x14 9x20 14.30-25 4-9 15.25x14
9x20 16.36-31 10-14 17.44-40 8-12 18.40-34 24-29 19.33x24 20x40 20.45x34 23-29
21.34x23 18x29 22.35-30 2-8 23.30-25 5-10 24.47-41 29-34 25.39x30 19-23 26.28x19
13x35 27.50-44 17x28 28.32x23 21x32 29.37x28 26x37 30.41x32 8-13 31.44-40 35x44
32.49x40 15-20 33.43-39 10-15 34.46-41 16-21 35.48-43 11-16 36.32-27 21x32
37.38x27 14-19 38.25x14 19x10 39.43-38 10-14 40.38-33 15-20 41.28-22 1-1
Zwart heeft een ambitieuze opstelling ingenomen, waarbij schijf 1 vroegtijdig naar 17 is opgerukt. Een zwaardere test van de zwarte opzet lijkt mij 14.47-42 20-25 15.36-31 25x34 16.39x30. Zwart gaat in de diagramstand verder met 16...10-14. Twee alternatieven verdienen de aandacht. Na 16...8-12 17.39-34 24-29 18.33x24 19x39 19.28x8 2x13 20.44x33 17x39 21.43x34 staat een rommelige stand op het bord met kansen. Op het afwachtende 17.47-42 is 3-8 met de dreiging 24-30 onaangenaam. Een ander idee is 16...23-29. Echter na 17.44-40 10-14 18.39-34 18-23 of 8-12 is schijf 29 zwak.