De Ghestem doorstoot vanuit de 31-27 opening geeft vaak opmerkelijk levendige spelbeelden zonder dat dit tot echte theorie lijkt te leiden. Drie en veertig partijen staan in Turbo Dambase en bijna geen enkele lijkt op elkaar. Tempotheorie lijkt geen rol te spelen. Wie de strijd wint aan de rechterkant van het bord, wint ongeacht de tempoverhoudingen de partij. In deze stelling spelen de meeste zwartspelers blindelings 5...17-21. Vrijwel niemand probeert de kromme opstelling van de witte lange vleugel rechtstreeks te weerleggen. Nogal voor de hand liggend vind ik de beginzet 5...20-24. Soms maakt het niets uit. Vaak ontstaan extra kansen:
Eijk,van,R.
- Luteijn,F. OC Schiedam, 08-11-1996
1.33-28 18-23 2.31-27 17-21 3.36-31 21-26 4.41-36 12-17 5.27-22 20-24 6.38-33
7-12 7.43-38 12-18 8.31-27 2-7 9.49-43 14-20 10.35-30 24x35 11.34-29 23x34
12.39x30 35x24 13.33-29 24x33 14.28x39 17x28 15.32x25 en later remise.
Zwart was in deze stelling nog niet helemaal wakker en had dringend behoefte aan een kopje koffie. Dat is de enige verklaring voor het feit, dat hij zijn tegenstander zo gemakkelijk laat wegkomen met 9...14-20? Veel kansrijker zijn zetten als 7-12, 15-20 en 17-21!! Na 9...7-12 kan wit zich bevrijden met 10.27-21 18x27 11.34-29 23x34 12.40x20 15x24 13.28-23 19x28 14.33x31 16x27 15.32x21 met wat voordeel voor zwart. Andere zetten zijn erger. Na 10.34-30 14-20 11.30-25 10-14 12.39-34 24-30 13.35x24 19x39 14.28x10 5x14 15.43x34 17x30 16.25x34 X.
Op 9...15-20 10.34-29 23x34 11.40x29 10-15 12.28-23(?) 17x28 13.23x12 (33x22? is nog minder) 8x17 en het witte centrum wordt een schietschijf. Ook het eerder versmade 9...17-21 is interessant. Bijvoorbeeld 10.34-30? 14-20 11.30-25 10-14 12.37-31 26x37 13.42x31 21-26 14.47-42 7-12 15.46-41 24-29 16.33x24 20x29 met dubbele dreiging. Wel tegenstand kan wit bieden met 9...17-21 10.33-29.
Bastiaanse,P.
- Luteijn,F. OC Schiedam, 22-12-1995
1.33-28 18-23 2.31-27 17-21 3.36-31 21-26 4.41-36 12-17 5.27-22 20-24 6.31-27
8-12 7.39-33 2-8 8.33-29 24x33 9.38x18 12x23 10.34-29 23x34 11.40x29 15-20
12.44-39 10-15 13.43-38 20-24 14.29x20 14x25 15.38-33 8-12 16.33-29 19-24
17.29x20 25x14 18.42-38 12-18 19.37-31 26x37 20.32x41 7-12 21.47-42 14-19
22.41-37 18-23 23.37-32 15-20 24.45-40 20-24 en zwart won later.
Dit is een lastig moment voor zwart. Davidov speelde tegen Balajan in 1962 de voortzetting 6...15-20! 7.38-33 10-15 8.34-29 5-10 9.43-38? 26-31 10.37x26 19-23 X. Een bezwaar van 6...15-20 lijkt 7.39-33. Maar de bomzet 7...24-30! 8.35x15 14-20 komt wel heel erg dicht bij schijfwinst. Het voor de hand liggende 6...7-12 heeft wat last van 7.34-29 23x34 8.40x20 15x24 9.39-34 en zwart komt niet verder als hij geen 17-21 wenst te spelen. De voortzetting 6...14-20 heeft last van 7.34-29 24x33 8.38x18 8-12 9.28-23 19x28 10.22x33 13x31 11.36x27 12-18 12.46-41 en wit houdt schijf 27. Na het gespeelde 6...8-12 7.39-33 kan zwart niet verder met 7...12-18 vanwege de ruil 33-29x39 en 34-29=. De zet 17-21 kan ook na 5...20-24 nog gespeeld worden:
Scholma,A. -
Gantwarg,A. Brunssum, 15-08-1992
1.33-28 18-23 2.31-27 17-21 3.36-31 21-26 4.41-36 12-17 5.27-22 20-24 6.34-30
15-20 7.39-33 10-15 8.44-39 17-21 9.31-27 7-12 10.30-25 12-18 11.50-44 1-7
12.40-34 24-29 13.33x24 20x40 14.45x34 7-12 15.36-31 15-20 16.38-33 20-24
17.42-38 12-17 18.48-42 8-12 19.33-29 24x33 20.38x29 14-20 21.25x14 19x10
22.28x8 2x13 23.43-38 17x28 24.32x23 21x41 25.46x37 11-17 26.38-32 10-14
27.42-38 6-11 28.31-27 17-21 29.39-33 11-17 30.47-42 14-20 31.34-30 20-25
32.33-28 25x34 33.29x40 18x29 34.44-39 12-18 35.39-33 3-8 36.33x24 18-22
37.27x18 13x33 38.38x29 8-12 39.42-38 21-27 40.32x21 16x27 41.29-23 27-31
42.23-18 31x33 43.18x7 33-38 44.24-19 38-42 45.7-1 42-48 46.1-7 17-22 47.7-1
22-27 48.1-7 27-31
Zwart hindert met zetjes de meest gewenste opbouw van de witspeler. Op 15.39-33 volgt het zetje 11-17x7, 18-22 en 23-29 X. Na 15.38-33 is de afwikkeling 15...23-29 16.33x24 19x30 17.35x24 14-20 en 12-17 vervelend. Het opspelen van schijf 36 uit de partij blijkt een grote concessie. Anderen hebben wel 15.47-41 geprobeerd.
De zet
11.50-44 is hier vaker gespeeld. De gedachte erachter is de opmars 11...1-7-12
uit te lokken. Dan is de reddende ruil 11-17x17 voorgoed uit de stelling. Maar
anderzijds is 11.50-44 een verschrikkelijke positionele aderlating. Evert
Bronstring kwam hier op het idee 11.47-41 te spelen. Na 12.36-31 is de manoeuvre
11-17x17-22x12!! veel lastiger.
Bronstring,E. - Mulder,C. NLD-chS,
03-01-1965
1.33-28 17-21 2.39-33 21-26 3.44-39 20-24 4.34-30 14-20 5.30-25 10-14 6.31-27
18-23 7.36-31 11-17 8.27-22 17-21 9.31-27 12-18 10.41-36 7-11 11.47-41 4-10
12.36-31 1-7 13.50-44 7-12 14.40-34 24-29 15.33x24 20x40 16.45x34 15-20 17.34-30
20-24 18.39-33 10-15 19.41-36 24-29 20.33x24 14-20 21.25x14 9x29 22.44-40 5-10
23.49-44 10-14 24.30-25 12-17 25.35-30 14-20 26.25x14 19x10 27.28x19 13x35
28.22x13 8x19 29.27-22 2-0
Een mogelijk bezwaar van het vroegtijdig 5...20-24 zien we in de partij De Galan - Meesters. Doordat veld 39 leeg is, heeft wit de tijd het klaverblaadje 25,30,35 te formeren:
Galan,de,J.
- Meesters,J. NLD-ch rayon5, 15-05-1976
1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.41-37 18-23 4.33-28 12-17 5.27-22 20-24 6.34-30
15-20 7.30-25 10-15 8.39-34 17-21 9.31-27 7-12 10.34-30 12-18 11.44-39 1-7
12.39-34 7-12 13.43-39 11-17 14.22x11 6x17 15.49-43 17-22 16.28x17 23-28
17.32x23 21x41 18.46x37 12x21 19.23x12 8x17 20.50-44 13-18 21.39-33 17-22
22.43-39 9-13 23.38-32 4-10 24.33-28 22x33 25.39x28 18-22 26.28x17 21x12
27.44-39 2-7 28.36-31 12-17 29.42-38 17-21 30.38-33 21-27 31.31x22 24-29
32.34x23 19x17 33.37-31 26x28 34.33x2 13-19 35.2x24 20x29 etc.
Zwart kan met 9...24-29 af op een symmetrische stand. In principe zou dat in verband met de nazet in zijn voordeel moeten werken. In dit soort stelling is het als zwartspeler belangrijk de noodrem 11-17x17 achter de hand te houden. De situatie wordt dus pas echt gevaarlijk na de (te) scherpe opmars 11...1-7-12.