Fred Ivens is de bedenker van een reeks nieuwe plannen om de dubbelopsluiting in de 31-27 opening te weerleggen. De vorige keer zagen we hem in een poging de korte vleugel opsluiting op het bord te houden. Tegen Sijbrands benut hij een finesse om extra tempi te vinden en tweemaal slaagt hij daarbij in de witte lange vleugel in onoverkomelijke moeilijkheden te brengen.

 

Wijnhorst,C. - Ivens,F. Westland-ch, 12-04-1988
1.31-27 17-21 2.36-31 21-26 3.41-36 18-23 4.33-28 12-17 5.39-33 17-21 6.44-39 7-12 7.49-44 1-7 8.35-30 20-25 9.40-35 14-20 10.44-40 9-14 11.50-44 3-9 12.47-41 12-18 13.27-22 18x27 14.31x22 20-24 15.34-29 23x34 16.40x20 25x34 17.39x30 14x34 18.44-40 10-14 19.40x29 15-20 20.37-31 26x37 21.42x31 21-26 22.41-37 7-12 23.43-39 5-10 24.39-34 19-24 25.31-27 10-15 26.37-31 26x37 27.32x41 12-17 28.41-37 20-25 29.29x20 15x24 30.38-32 17-21 31.33-29 24x33 32.28x39 8-12 33.48-42 2-8 34.34-29 12-18 35.45-40 21-26 36.32-28 8-12 37.39-33 4-10 38.29-24 12-17 39.42-38 10-15 40.40-34 18-23 41.28x10 17x19 42.10-5 11-17 43.5x11 6x17 44.37-32 17-21 45.38-33 13-18 46.33-28 9-13 0-2
 

Zwart beschikt over meerdere kansrijke plannen:

Het plan dat Fred realiseert tegen Wijnhorst oogt bijzonder elegant. Via het uitspelen van de tempi in het centrum met 14-20, 9-14 en 3-9 dwingt hij wit schijf 47 in de strijd te gooien, waardoor diens lange vleugel niet meer op beschaafde manier in het spel te brengen lijkt. Helemaal vlekkeloos verloopt het een en ander niet. Een van de knelpunten is de storende achterloop 12.33-29. Sluiten met 12...12-18 is verhinderd door het zetje 13.30-24 19x30 14.28x19 13x33 15.35x24 X. Na 12...11-17 13.29x18 13x33 14.39x28 lijkt wit de stand redelijk onder controle te hebben.

 

Op 12...20-24 13.29x20 15x24 14.39-33 dreigt 33-29x29, terwijl 14...12-18 15.27-22 18x27 16.31x22 10-15 17.33-29 24x33 18.38x18 5-10 19.43-38 19-24 (15-20?) 20.30x19 14x12 weinig indruk maakt op wit. Grappig is 12...13-18 13.39-33 8-13 14.27-22 18x27 15.31x22 12-18 16.37-31 18x27 17.31x22 19-24 18.28x8 2x13 19.30x8 9-13 20.8x19 14x23 21.29x18 21-27 X. Direct (12...13-18) 13.27-22 is wel goed voor wit.


Wederom is de situatie niet geheel duidelijk. Veel beter lijkt de reactie 15.33-29 24x33 16.38x18 19-24 17.30x19 14x12 en zowel 39-33 als 28-23 lijken goed speelbaar voor wit. De damzet 18.28-23 21-27 19.22x31 13-19 en 12-17 is wel heel erg duur. Op 18.28-23 10-14 of 15-20 kan wit ruilen. Ook in de rest van de partij opereert zwart opmerkelijk weinig doelmatig. De zet 19...15-20 is erg slordig. Veel handiger lijkt 19...5-10 20.29-23 15-20 en zowel na 32-27x27 als 37-31x31 komt schijf 23 onder druk. Opgemerkt werd dat 15.34-29 23x34 16.40x20 15x24! veel beter is:

 

Veenstra,J. - Ivens,F. RDG moyenne, 09-12-1988
15.34-29 23x34 16.40x20 15x24 17.44-40 25x34 18.40x20 14x25 19.39-34 10-14 20.33-29 5-10 21.38-33 14-20 22.43-39 10-15 23.48-43 20-24 24.29x20 15x24 25.42-38 7-12 26.34-29 12-17 27.29x20 25x14 28.45-40 4-10 29.40-34 19-24 30.34-30 14-20 31.30x19 13x24 32.36-31 8-13 33.39-34 20-25 34.34-29 13-19 35.29x20 25x14 36.33-29 21-27 37.32x12 2-8 38.12x3 11-17 39.3x21 16x47 40.38-33 19-23
 

In diagram 2 heeft wit zich opgesteld met 7.49-44 om steeds de twee om twee 33-29 (24x22) 27x29 in de stand te houden. De consequentie is, dat zwart kan overwegen te hergroeperen met 10...19-24.

 

Knoops,N. - Luteijn,F. trn, 18-08-1978
1.31-27 17-21 2.36-31 21-26 3.41-36 18-23 4.33-28 12-17 5.39-33 17-21 6.44-39 7-12 7.49-44 1-7 8.35-30 20-25 9.40-35 14-20 10.45-40 19-24 11.30x19 23x14 12.33-29 14-19 13.38-33 19-23 14.29x18 12x23 15.28x19 13x24 16.33-29 24x33 17.39x28 7-12 18.42-38 8-13 19.35-30 2-8 20.40-35 10-14 21.38-33 14-19 22.44-39 5-10 23.43-38 9-14 24.48-43 4-9 25.50-45 20-24 26.28-23 19x28 27.30x19 14x23 28.33x22 12-17 29.38-33 17x28 30.33x22 15-20 31.47-41 10-15 32.39-33 23-29 33.33x24 20x40 34.35x44 13-19 35.43-39 9-14 36.39-33 25-30 37.22-18 19-24 38.18-12 8x17 39.33-28 30-34 40.28-22 17x28 41.32x23 21x32 42.37x28 26x37 43.41x32 24-29 44.44-40 29x18 45.40x29 11-17 46.32-27 17-21 47.28-23 21x32 48.23x12 6-11 0-2
 

Wederom staat een open lange vleugel opsluiting op het bord. De tempoverhouding is anders dan de variant met 6.35-30 en schijf 35 staat er nog. Dat zijn enorme verschillen. Het aantal stukken op de zwarte korte vleugel is erg groot. In de partij  slaagt hij erin een ervan in het spel te brengen. Wit zou dat kunnen tegengaan met 13.50-45. Niet goed is 13.29-23 19-24! met schijfwinst voor zwart. Na 13.50-45 10-14 14.38-33 (29-23? 20-24 38-33 14-20 X) 5-10 15.29-23 20-24 16.42-38 13-18 17.47-42 18x29 18.34x23 8-13 is wit een schijf kwijt. Gezien dit verloop kun je je afvragen of de zwarte ruil 13...19-23 wel sterker is dan gewoon 13...10-14 etc. Na 13...10-14 14.47-41 19-24 15.42-38 5-10 16.50-45 13-18 kan wit alleen nog wat spartelen met 17.34-30. Later speelde Jetze Veenstra tegen Vermeulen 12.50-45 20-24 13.47-41 14-20 14.34-29. Dat is smullen geblazen voor zwart. Wat opmerkelijke mogelijkheden worden door Truus aangegeven:

Beide keren kun je je haast niet voorstellen, dat zwart geen groot voordeel zou hebben. De bovengeschetste tempoproblemen van wit geven aanleiding te veronderstellen, dat de witte stand na 10...19-24 niet gezond meer is. Daarmee ontstaan twijfels over alles na de rustige zet 6.44-39.