Tijdens het wereldkampioenschap 1994 vroeg Henk van Marle aan Alexander Baljakin of hij een bijdrage wilde leveren aan het NCC-blad. De onderstaande opmerkingen zijn bedoeld voor een boek of het wereldkampioenschap. Ik beperk mij hier tot zijn opmerkingen over de opening en het middenspel. De bovenstaande flankspelpositie is niet ongewoon. Hij kan ontstaan uit diverse openingen. De stand is inmiddels 10 keer voorgekomen. Hij is scherper dan hij eruit ziet. Meestal gaan de voorposten er vanaf en bloed de stand dood. Er zit evenwel een verrassende combinatie in, die het oordeel over de opening helemaal op zijn kop zet.

N'Diaye,Mac. - Burleson,G. Wch, 27-11-1994, 2-0
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.41-37 5-10 5.46-41 14-19 6.35-30 20-25 7.40-35 9-14 8.33-29 3-9 9.45-40 17-21 10.31-26 11-17 11.50-45 6-11 12.38-33 21-27 13.32x21 16x27 14.30-24 19x30 15.35x24 1-6 16.42-38 17-22 17.48-42 14-20 18.37-31 10-14 19.41-37 14-19 20.40-35 19x30 21.35x24 11-17 22.44-40 6-11 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.42-37 7-11 26.37-32 11-16 27.32x21 16x27 28.47-41 23-28 29.41-37 9-14 30.40-35 13-19 31.24x13 8x19 32.35-30 19-23 33.30-24 4-9 34.38-32 27x38 35.33x42 9-13 36.43-38 25-30 37.24x35 14-19 38.38-33 28-32 39.37x28 23x32 40.42-38 32x43 41.39x48 19-23 42.35-30 23-28 43.48-42 28x39 44.34x43 13-19 45.30-25 20-24 46.29x20 15x24 47.43-39 19-23 48.42-38 23-29 49.31-27 22x31 50.26x37 18-23 51.45-40 17-22 52.25-20 24x15 53.39-33 12-17 54.33x24 17-21 55.49-43 2-8 56.38-32 21-26 57.40-34 8-12 58.34-30 22-27 59.32x21 26x17 60.37-32 17-22 61.36-31 22-28 62.32-27 28-33 63.27-22 23-28 64.24-19 28x17 65.19-13 17-21 66.13-9 12-17 67.9-4 21-26 68.31-27 17-22 69.27x18 26-31 70.18-12 31-37 71.4-22 37-41 72.22x39 41-46 73.39-33 46-32 74.33-38 32-16 75.30-25 16-2 76.43-39 2-11 77.39-34

Een belangrijk alternatief voor het in de partij gespeelde 17...14-20 is de achterloop 14-19 gevolgd door 13-19x19. De onderstaande voorbeelden zijn niet fraai, maar het resultaat is wel telkens veel beter voor zwart.  

Altsjoel,E. - Doumesh,V. URS-chW, 15-06-1989, 1-1
17...14-19 18.40-35 19x30 19.35x24 13-19 20.24x13 8x19 21.37-31 9-13 22.34-30 25x34 23.29x40 10-14 24.40-35 11-17 25.41-37 23-28 26.33-29 28-32 27.37x28 22x24 28.31x11 6x17 29.38-33 7-11 30.42-37 18-23 31.43-38 4-9 32.49-43 2-7 33.47-42 23-28 34.33x22 17x28 35.38-33 12-17 36.33x22 17x28 37.42-38 24-29 38.44-40 19-23 39.40-34 29x40 40.35x44 14-19 41.36-31 11-17 42.38-32 17-22 43.43-38 19-24 44.38-33

Kos,Jeroen - Wesselink,W. NLD-chJ sfb, 11-04-1985, 0-2
17...14-19 18.40-35 19x30 19.35x24 13-19 20.24x13 8x19 21.38-32 27x38 22.43x32 25-30 23.34x25 23x43 24.49x38

Een heel ander idee is de overgang naar de Keller via:

Wouden,van der,G.P. - Kerkhoff,van de,D. NLD-chT 1a, 10-11-1990, 1-1
17...11-17 18.24-20 15x24 19.29x20 14-19 20.20-15 7-11 21.37-31 23-28 22.41-37 9-14 23.38-32 27x29 24.34x32 18-23 25.40-35 12-18 26.32-27 11-16 27.37-32 8-12 28.42-38 22-28 29.27-22 28x37 30.22x11 6x17 31.31x42 2-8 32.39-33 17-22 33.44-40 25-30 34.35x24 19x30 35.33-28 22x33 36.38x29 23x34 37.40x29 18-22 38.36-31 30-35 39.45-40 35x44 40.49x40 14-19 41.40-34 12-18 42.31-27 22x31 43.26x37 10-14 44.43-39 18-22 45.42-38 8-12 46.29-24 19x30 47.34x25 12-18 48.39-34 22-28 49.34-29 18-22 50.37-31 16-21 51.29-24 13-18 52.25-20 14x25 53.24-19

Opgemerkt moet worden, dat na 17...11-17 ook de achterloop 18.37-32 een idee is. De uitwisseling 18...14-19 19.32x21 20.40-35 lukt niet erg. Daarom zal zwart vroeg of laat gedwongen zijn 6-11 en 22-28x16 te spelen met een slechte stand. Na 17...11-17 18.24-20 15x24 19.29x20 14-19 20.20-15 blijft de dreiging 37-32 een probleem. Iets beter dan het gespeelde 20...7-11 is 20...6-11. Echt een system kan voor zwart nooit zijn, omdat er in een variant als 22...19-23 23.34-29 23x34 24.40x29 direct zware druk ontstaat tegen schijf 23. Met schijf 44 heeft wit desgewenst een of meer beslissende tempo's. 

Diagram 6 is behoudens de partij N'Diaye - Burleson vaker op het bord geweest. Enige malen is 18.33-28 23x32 19.37x17 11x22 20.41-37 gespeeld. Tweemaal volgde 20...10-14 21.24-19x17. Dat lijkt wel aardig maar in feite heeft wit daarna niet veel.

De zet van N'Diaye 18.37-31 is inhoudrijker. Baljakin geeft aan het zetje 18...12-17? 19.33-28 23x32? 20.34-30; 42-37 en 38-33x5 X. Daarom zou 19...22x33 moeten wat niet erg aantrekkelijk is voor zwart. De consequentie van de zet 18...11-17 is de uitwisseling 19.38-32 27x38 20.43x32 13-19 21.24x13 8x19. Het dammetje 32-28; 41-37; 42-37; 29-23 en 39-33x3 is te duur.

In diagram 7 speelde wit 22.44-40? zich kennelijk niet bewust van de mogelijke gevolgen. Het is duidelijk dat veld 40 gesloten moet worden alvorens de achterloop 37-32 kan. Dat kan beter met 22.45-40. De afwikkeling 22.45-40 7-11 23.37-32 17-21 24.26x19 18-22 25.32x21 22-28 26.33x22 11-17 27.22x11 6x48 is duur maar onduidelijk.

Via 28.19-14 48-26 29.14x3 13-19 kan zwart afwikkelen naar een stand met drie schijven voor de dam. Dank zij de statische witte korte vleugel hoeft zwart bepaald niet te wanhopen. Met schijf 44 op 45 is 28.19-14 onspeelbaar door afname met naslag. Flits probeert nog wat met 28.46-41 4-10 29.49-44 gevolgd door 36-31 en 41-37x28. Dat is zo te zien kansloos.

Na 22.45-40 heeft zwart het alternatief 22...9-14. Enerzijds kan wit de stelling gunstig vereenvoudigen met 23.37-32 13-19 24.32x21 19x30 25.40-35 8-13 26.35x24 14-19 27.38-32 19x30 28.32-38 23x32 29.31-27 22x31 30.36x38. Anderzijds beschikt hij over het scherpe 23.40-35 4-10 24.35-30 met ingewikeld spel. Tenslotte is er de mogelijkheid 22...6-11 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.42-37 13-19 26.24x13 8x19 27.40-35 7-11 28.37-32 11-16 29.32x21 16x27 30.47-41 23-28 31.41-37 20-24 32.29x20 15x24 33.37-32 28x37 34.31x42 4-10 en zwart staat beter.

De aangewezen zet in de partij na 22.44-40? is 22...7-11!! De afwikkeling 23.37-32 17-21 etc. is te erg voor wit. Gedwongen is 23.40-35. In eerste instantie lijkt 23...23-28 het aangewezen antwoord. Echter 24.45-40 9-14 25.38-32 27x38 26.43x23 22-27 27.31x22 17x30 28.35x24 14-19 29.42-38 en 29-23x35 is nog een heel gedoe.

Ook 24.45-40 2-7 is het niet. In dit soort standen zijn er allerlei thematische manoeuvres ingeleid met de offers 24-19 of 26-21. Na 25.26-21 27x16 26.24-19 13x24 27.31-27 24x44 staat zwart goed. Op de slag 28.36x27 16-21 29.44-50 gaat de witte dam er vanaf. Na 28.37x26 44-50 29.2-19 9-13 30.19x2 17-21 en 11-17x3 heeft zwart een goed eindspel. Wel een probleem is 25.24-19 13x24 26.38-32 27x38 27.43x23 9-13 28.23-19 17-21 29.26x28 18-23 30.29x9 24x13 31.9x18 12x41 32.42-37 en er ontstaat een onduidelijke stelling.

Pas in laatste instantie werd op 22...7-11 23.40-35 het antwoord 23...4-10! gevonden. Dat blijft de achterloop 37-32 verhinderen. Na 24.38-32 27x38 25.43x32 23-28 26.32x23 22-27 27.31x22 17x30 28.35x24 12-17 29.37-32 10-14! wint zwart een stuk. Op 24.45-40 10-14 staat wit verschrikkelijk. De beste verdediging voor wit is 24.34-30 23x34 25.37-32 20x29 26.33x24 11-16 27.32x21 16x27 28.39-33 (diagram 10).

Er zijn twee mogelijkheden.

1: 28...9-14 29.30x39 25-30 30.49-44 en 33-28 met wat positievoordeel.

2: 28...18-23 29.30x39 23-28 30.45-40 10-14 31.40-34 14-20 32.33-29 6-11 33.42-37 28-32x44 met voordeel in een scherpe stelling.

 

Na het missen van de kans 22...7-11!! opent wit de aanval op de zwarte voorpost. Het resultaat is diagram 12. Zwart speelde 30...13-19?!? Iets beter is wellicht 30...2-7 31.38-32 27x38 32.43x23 7-11 33.45-40 22-27 en zwart heeft nog wat tegenspel.

 

In diagram 13 mist zwart de beste kans om zich te redden. Deze begint met 33...2-8 34.38-32 27x38 35.33x42 17-21 36.26x17 12x21 en zwart hoeft niet lijdzaam te wachten op de wending uit de partij. Na 33...4-9  34.38-32 27x38 35.33x42 2-8 36.31-27 22x31 37.36x27 17-22 38.26-21 22x31 39.37x26 8-13 40.21-17 12x21 41.26x17 14-19 is het spannender.