DEN HAAG - Het is niet eenvoudig om te scoren in dit NK. Hoewel er interessante openingen op het bord komen, slaat het voordeel vrijwel nergens door. De meeste spelers hebben geen moeite om een 'beetje' slechte stelling overeind te houden. De Graaf kreeg tot tweemaal toe bovenstaande opening op het bord. Hoewel het tegenwoordig een weinig gespeelde opening is, de zwarte stelling niet helemaal optimaal staat en het b.v. een van mijn grote liefdes is, komt hij beide keren totaal niet in moeilijkheden met zwart.

Eind jaren 70 was deze opening tamelijk populair tot de witspelers erachter kwamen, dat sabotage loont. De opmars van schijf 35 naar 24 zie je daarom tegenwoordig niet veel meer. In plaats van 35-30 wordt tegenwoordig meestal het botte 13.32-28 23x32 14.37x28 gespeeld. De bezetting van veld 20 werd indertijd en nu door Ton Sijbrands afgekeurd. Hij vroeg zich namelijk af hoe de aanval tegen schijf 23 ooit op een nette en kansrijke manier afgeslagen zou kunnen worden. Hij adviseerde schijf 20 op veld 14 te houden. Na de partij Kwint - de Graaf dient dit oordeel wellicht bijgesteld te worden. Maar aangezien de vlucht naar veld 20 volgens de jongste inzichten geen best plan is, kun je je toch afvragen of overhaast 14-20 wel nodig is.

Na 15.32-28 23x32 16.37x28 ontstaat een buitengewoon spannend spelbeeld. Een dozijn aardige partijen zijn gespeeld. De witte lange vleugel is nogal kaal en biedt aanknopingspunten voor de omsingeling. Daartegenover staat een grote ontwikkelingsvoorsprong en een langdurig initiatief van de witspeler. De discussie gaat over de vraag of de aanvaller het moet hebben van bezetting van veld 28 en de aanvalsruil 34-30x30 of dat hij zich moet vastklampen aan de velden 28 en 24 onder voortdurend terugruilen aan de lange vleugel.

Anatoli Gantwarg heeft de spelbeelden, die kunnen ontstaan de afgelopen tien jaar uitvoerig bestudeerd. Hij merkt op, dat in de flankspelpositie twee fundamenteel verschillende opstelling aan de zwarte lange vleugel mogelijk zijn. Enerzijds de opstelling met het klaverblaadje 15,20,25 en anderzijds het vierkantje 4,9,10,14. Beide opstellingen zijn succesvol gebleken. Bij het klaverblaadje denkt zwart aan een grootschalige omsingeling. Bij het vierkantje gaat het om tactische wendingen tegen een schijf op 23. Daarvoor is het essentieel om veld 20 open te houden. Ter illustratie mijn partij uit de laatste competitie tegen Nina Hoekman.

Jankovskaja,N. - Luteijn,F. NLD-chT ereklasse, 30-09-2006, 1-1
1.34-29 18-22 2.32-28 16-21 3.31-26 11-16 4.37-32 7-11 5.41-37 1-7 6.46-41 13-18 7.39-34 9-13 8.43-39 19-23 9.28x19 14x23 10.48-43 21-27 11.32x21 16x27 12.35-30 10-14 13.40-35 14-19 14.30-24 19x30 15.34x14 23x34 16.39x30 4-10 17.30-25 10x19 18.45-40 5-10 19.40-34 10-14 20.34-30 19-23 21.44-39 13-19 22.50-44 8-13 23.39-34 23-28 24.44-39 3-8 25.34-29 19-23 26.29-24 14-20 27.25x14 13-19 28.24x13 8x10 29.30-25 10-14 30.35-30 11-16 31.30-24 14-19 32.24x13 18x9 33.26-21 17x26 34.33-29 23x34 35.39x30 27-32 36.38x18 12x23 37.42-38 6-11 38.43-39 7-12 39.30-24 2-8 40.38-33 12-17 41.33x22 17x28 42.47-42 11-17 43.42-38 16-21 44.36-31 17-22 45.41-36 8-12 46.49-44 9-14 47.44-40 21-27 48.40-35 12-18 49.35-30 28-32 50.37x10 15x4 51.25-20 26x37 52.20-14 27-31 53.36x27 22x31 54.38-32

Anatoli Gantwarg zat bijna te spinnen van genot bij het spel van zijn leerling Nina Hoekman, hoewel ze natuurlijk bij de tegenpartij speelde. In diagram 2 heeft de afwikkeling 17.30-25 10x19 18.25-20 15x24 19.33-28 22x33 20.38x20 weinig zin, vanwege de tegencombinatie 19-24, 27-32 en 17-21x20. Deze wending, die wel een rol speelt met schijf 37 op 31 is nu niet meer dan remise. Daarom besloot ze de omsingeling voort te zetten, zoals haar geleerd was. In deze stand heeft wit de opstelling 47,41,42,37. Dat biedt mogelijkheden tot de damgeefcombinatie naar 48 gevolgd door de slag van vanaf 36 naar 7, 9 of 20, zodra veld 18 open gaat. Voorts bestaat de mogelijkheid tot het offer 36-31 resp. 26-21.

Hoewel ik de theorieën van Anatoli eveneens ken, meende ik in diagram 3 met de uitval 23...23-28 te kunnen winnen. Dat is gezichtsbedrog. De opstelling van het witte centrum en lange vleugel gaat nu werken. Beter is 14-20x10 en zodra het witte centrum begint te verzwakken en de tactische wendingen niet langer gehandhaafd kunnen worden, krijgt zwart wel een kansrijke aanval.

In diagram 4 moet zwart ruilen om de doorbraak te stoppen. Daarbij mag veld 18 niet open gaan. Anders volgt 39-34 en 38-32 met dood en verderf. De ruil 14-20 en 13-19x10 is relatief nog het beste. Maar wit kan kan dan winnen met het schijnoffer 36-31 en 38-32. In de partij wacht ze echter een tempo. Dat geeft zwart de kans zich te herstellen. We zijn thuis samen met Arnaud Cordier nog uren bezig geweest de stand na 29.30-25? 10-14 30.36-31 te beoordelen. Het gaat dan wel weer.

In diagram 5 mist wit de laatste kans om de volle buit binnen te halen. Na 49.40-34 12-18 50.24-19 mist zwart het tempo 50...23-29, dat in de partij wel voor handen is (Gantwarg). De afwikkeling 50...28-32 blijkt miraculeus nog remisekansen te geven. Jullie kunnen dat nagaan in het verslag van de wedstrijd: van Stigt Thans - Dammers van het Oosten

In Turbo dambase staan 18 partijen, deels met gewisselde kleuren. Niet alle partijen zijn aanwezig. Ik herinner mij rond de match om de wereldtitel tussen Sijbrands en Andreiko in 1973 een aantal oefenpartijen van Ton Sijbrands bij RDG. In een daarvan stelde wit zich na 32-28x28 op met 36,37,31,27 en 28, waardoor de zwarte omsingeling moeilijk verder kwam. Het is tijdens de match allemaal niet op het bord geweest. Misschien komt Sijbrands nog eens met een publicatie van deze oefenpartijen(?) Afgelopen zaterdag bij de reünie van de Vriendendamkring speelde hij een kloksimultaan. In de partij tegen Jan Wielaard kwamen verschillende vergelijkbare thema's op het bord.

Baljakin,A. - Skliarow,E. URS-chJU, 00-00-1977, 1-1
1.33-29 17-21 2.39-33 21-26 3.44-39 20-25 4.50-44 12-17 5.32-28 16-21 6.37-32 26x37 7.42x31 21-26 8.47-42 26x37 9.42x31 19-23 10.28x19 14x23 11.41-37 7-12 12.46-41 10-14 13.35-30 5-10 14.30-24 14-20 15.32-28 23x32 16.37x28 1-7 17.41-37 11-16 18.31-26 7-11 19.37-31 10-14 20.40-35 14-19 21.45-40 19x30 22.35x24 9-14 23.40-35 17-22 24.28x17 12x21 25.26x17 11x22 26.38-32 4-9 27.33-28 22x33 28.39x28 16-21 29.43-39 21-26 30.48-43 26x37 31.32x41 2-7 32.43-38 7-11 33.38-32 11-17 34.28-23 17-22 35.23x12 8x17 36.32-28 22x33 37.39x28 14-19 38.44-39 19x30 39.35x24 13-18 40.28-23 18-22 41.49-43 6-11 42.41-37 3-8 43.43-38 8-12 44.39-33 9-13

Het is niet eenvoudig hoe verder te gaan vanuit diagram 1. In bovenstaande en eerste bekende partij opent wit het centrum en probeert daarna de omsingeling via een bezetting van veld 26 een halt toe te roepen. Erg succesvol is hij daarbij niet. In diagram 6 staat zwart voor een tweesprong. Hij kan het gevecht aangaan om het centrum met 17-22x22 gevolgd door een paar maal achterlopen over veld 19 en de ruil 13-19x19. Ook kan hij een echte omsingeling proberen. Het resultaat in diagram 7 is door de witte bezetting van 26 vergelijkbaar maar minder. Hij is gedwongen het witte centrum af te breken.

Het opzetten van een grootschalige omsingeling is niet eenvoudig. Er zitten dammetjes naar 1 in via 17...11-16/17-21 18.31-26 17-21/11-16 19.26x17 12x21 20.28-22; 29-23 en 38-32x1. Deze zetjes zijn bekend. In het Vriendendamkringblad onderzoek ik tijden daarvoor al schema's om de omsingeling gaande te houden. Het moge duidelijk zijn, dat vooral 16...1-7 er niet bij hoort. Het is wel eens geprobeerd met het schema (17-21) 31-26 (12-17) (11-16) en (17-22). Later hebben spelers als Schwarzman in dit spelbeeld geprobeerd met 18-22 zaken te doen. De gedachte is, dat wit uit temponood gedwongen vanzelf gedwongen zal zijn schijf 22 te ruilen, waarna de omsingeling weer verder kan.

Rijkaart,C. - Luteijn,F. NLD-ch qf4 / ZHO-ch, 27-04-1980, 0-2
1.34-30 18-22 2.30-25 12-18 3.31-26 7-12 4.40-34 1-7 5.45-40 19-23 6.34-30 14-19 7.25x14 9x20 8.30-25 4-9 9.25x14 9x20 10.32-28 23x32 11.37x28 10-14 12.41-37 16-21 13.46-41 5-10 14.40-34 21-27 15.37-31 3-9 16.42-37 19-23 17.28x19 14x23 18.34-30 10-14 19.30-25 23-28 20.44-40 20-24 21.40-34 13-19 22.34-29 19-23 23.29x20 15x24 24.50-44 9-13 25.48-42 11-16 26.33-29 24x33 27.38x29 23x34 28.39x30 18-23 29.44-39 12-18 30.42-38 7-12 31.38-33 13-19 32.30-24 19x30 33.35x24 8-13 34.24-20 2-8 35.20x9 13x4 36.25-20 8-13 37.47-42 13-19 38.33-29 23x34 39.39x30 6-11 40.49-44 18-23 41.20-15 23-29 42.30-25 29-34 43.25-20 12-18

In deze partij laat de aanvaller zijn tegenstander zonder slag of stoot toe op het belangrijke randveld 25. Lastiger is de achterloop 18...20-25. De witte lange vleugel staat niet geweldig. Uitputting van de andere vleugel en centrum onder handhaving van de punten 27 en 23 lijkt bijzonder kansrijk voor zwart. Schijf 31 hoort in deze stand eigenlijk op 42.

Na de partij, die ik op de klok won, kwamen we tot de conclusie, dat wit in het middenspel heeft kunnen winnen. Zwart heeft te weinig speelbare schijven op de lange vleugel. De kunst is om deze uit te schakelen zonder het centrum te hoeven opgeven met wit. Het plan in de partij werkt niet. Zwart kan nog net met schijf 2 oprukken naar de andere vleugel en de controle pakken. Het is niet helemaal zeker dat onze toenmalige conclusie juist was. 

Desgevraagd deelt Flits mee, dat in diagram 9 de afwikkeling 25.47-42 27-32 26.38x27 23-29 27.42-38 14-20; 18-23 en 29-34 nog tamelijk onduidelijk is. Na 25.47-42 11-16 26.33-29 24x33 27.38x29 23x34 28.39x30 17-21 29.26x17 11x22 30.31x33 14-20 31.25x14 13-19x47 gaat zwart waarschijnlijk winnen. Er zijn ander ideeën beschikbaar voor wit. In plaats van 50-44 kan ook 49-44. Onvermoeibaar blijft Flits zetjes voor zwart uit de hoge hoed toveren. De ongelukkig opstelling van de witte lange vleugel maakt de manoeuvre (17-21x21) 31-26 (23-29) en 27-32 tot een serieuze mogelijkheid.

Gantwarg,A. - Bies,B. URS-NLD, 08-06-1983, 1-1
1.33-29 17-21 2.39-33 21-26 3.44-39 20-25 4.32-28 16-21 5.50-44 11-16 6.37-32 26x37 7.42x31 21-26 8.47-42 26x37 9.42x31 6-11 10.41-37 19-23 11.28x19 14x23 12.46-41 15-20 13.35-30 10-15 14.30-24 4-10 15.40-35 12-17 16.48-42 7-12 17.44-40 10-14 18.35-30 1-6 19.31-27 2-7 20.49-44 14-19 21.33-28 17-22 22.28x17 11x31 23.36x27 12-17 24.39-33 7-11 25.44-39 17-22 26.41-36 22x31 27.36x27 18-22 28.29x18 22x31 29.37x26 20x29 30.34x14 13x22 31.26-21 25x34 32.39x30 9x20 33.30-25 16x27 34.25x14 11-16 35.32x21 16x27 36.40-34 8-13 37.34-29 13-18 38.42-37 6-11 39.45-40 11-17 40.43-39 17-21 41.39-34 21-26 42.34-30 27-31 43.30-24 31x42 44.38x47 26-31 45.24-20 15x24 46.29x20 18-23 47.20-15 23-28 48.33-29 28-32 49.15-10 22-27 50.29-23 32-38 51.23-18 38-43 52.10-4 43-49 53.40-35 27-32

Een heel andere aanpak zien we in bovenstaande partij. Wit weigert consequent het centrum te openen. Hij neemt een parti Bonnard in en na het openen van de stelling door zwart heeft hij belangrijke punten voor het eindspel. In diagram 10 lijkt de ruil 42.29-23 18x29 43.34x23 meer voor de hand te liggen. Wit dreigt er doorheen te lopen, terwijl zwart na 43...27-31 nog heel erg lang bezig is om schijf 47 te passeren. Ongetwijfeld is er tijdens de partij over nagedacht. Belangrijker is het idee met de parti Bonnard. Dank zij de enorme ontwikkelingsvoorsprong ontstaan er allerlei vervelende dreigingen en komt zwart nauwelijks tot spel.

In diagram 11 dreigt wit enigszins met 27-22. Na 27...11-17 28.33-28 18-22 29.27x18 13x35 30.24x2 35x33 31.33x13 is wit voor een betrekkelijk geringe prijs op dam. Ook het eindspel 27...11-17 28.33-28 17-21 29.27-22 18x27 30.29x18 13x35 31.24x2 35x24 32.2x35 is erg kansrijk voor wit.

In de partij Wesselink - van der Wal probeerde zwart de oversteek 15...16-21 16.28x19 21-26 en werd verrast door de bekende afwikkeling 17.29-23. Na 17...20x29 heeft wit dam op 5. Na het gespeelde 17...18x29 18.24x33 13x24 had wit een erg mooi positie ondanks wat ongemak op de lange vleugel. Het werd remise.

In de partij Okken - Hoopman volgde de afwikkeling: 19.32-27 1-7 20.24-19 13x24 21.27-22 18x27 22.31x22 17x28 23.33x22 24x33 24.39x18 14x23 25.22-17 en 34-30x27. De afwikkeling ziet er goed uit voor wit, maar Hoopman won later vrijwel vanuit het niets.

Okken,J. - Beek,van de,R. Nijmegen, 24-07-1989, 2-0
1.34-30 17-22 2.30-25 11-17 3.40-34 6-11 4.45-40 19-23 5.34-30 1-6 6.31-26 14-19 7.25x14 9x20 8.30-25 4-9 9.25x14 9x20 10.32-28 23x32 11.37x28 16-21 12.41-37 10-14 13.46-41 5-10 14.40-34 21-27 15.37-31 19-23 16.28x19 14x23 17.34-30 10-14 18.30-25 13-19 19.39-34 23-28 20.43-39 18-23 21.34-30 8-13 22.39-34 28x39 23.34x43 3-8 24.44-39 13-18 25.38-33 23-28 26.42-38 18-23 27.41-37 11-16 28.37-32 28x37 29.31x42 12-18 30.39-34 8-12 31.34-29 23x34 32.30x39 2-8 33.39-34 18-23 34.33-29 12-18 35.38-33 8-12 36.34-30 23x34 37.30x39 18-23 38.39-34 12-18 39.43-38 7-12 40.50-44 23-28 41.44-39 19-23 42.33-29 28-32 43.48-43 22-28 44.38-33 17-22 45.42-38

Wit neemt nogal wat ruilen in deze partij. Hij slaagt er daarmee in om de eigen stukken te activeren, terwijl de zwarte formatieloos achterblijven. Een belangrijk issue in dit soort standen is de aanvalsruil 17-21x21. In diagram 14 een van de momenten, dat deze ruil mogelijk is.

Na 20...17-21 21.26x17 12x21 22.31-26 7-12 23.26x17 12x21 24.41-37 11-16 25.37-32 28x37 26.42x31 21-26 27.33-28 blijft er weinig over van de zwarte aanval. Beter is de voorbereidende zet 20...11-16. Na 21.34-30 17-21 22.26x17 12x21 23.31-26 7-12 24.26x17 12x21 25.39-34 28x39 26.44x33 heeft zwart gemakkelijker spel.

Ook in diagram 15 heeft zwart een kans om de aanval te openen met 17-21x21. Flits komt met 27...17-21 28.26x17 12x21 29.30-24. Er zijn twee mogelijkheden. Na 29...20x29 30.33x13 8x19 31.31-26 heeft zwart een hangend centrum. Misschien houdt hij zijn voorposten heel. Maar veel aanval houdt hij niet over. Een ander idee is 29...19x30 30.25x34 en wit dreigt zowel met 31-26 als 33-29 de aanval te openen op het zwarte centrum.

Watoetin,E. - Nas,M. NLD-chT 1a, 14-09-1991, 2-0
1.32-28 20-25 2.33-29 17-21 3.39-33 21-26 4.44-39 16-21 5.37-32 26x37 6.42x31 21-26 7.47-42 26x37 8.42x31 11-17 9.50-44 19-23 10.28x19 14x23 11.41-37 15-20 12.35-30 10-15 13.46-41 6-11 14.30-24 9-14 15.32-28 23x32 16.37x28 11-16 17.41-37 17-21 18.31-26 12-17 19.37-31 17-22 20.26x17 22x11 21.38-32 16-21 22.43-38 21-26 23.31-27 5-10 24.36-31 26x37 25.32x41 11-17 26.41-36 4-9 27.36-31 17-22 28.28x17 18-23 29.29x18 13x11 30.34-29 9-13 31.33-28 11-17 32.38-32 7-11 33.48-42 11-16 34.39-33 8-12 35.49-43 3-8 36.43-38 1-7 37.31-26 17-21 38.26x17 12x21 39.42-37 7-12 40.44-39 14-19 41.40-35 19x30 42.35x24 10-14 43.45-40 14-19 44.40-35 19x30 45.35x24 13-19 46.24x13 8x19 47.29-23 2-8 48.23x14 20x9 49.39-34 9-14 50.33-29 14-19 51.29-23 15-20 52.23x14 20x9 53.38-33 12-17 54.33-29 8-12 55.27-22 21-26 56.22x11 16x7 57.29-24 9-13 58.32-27 7-11 59.34-29 11-16 60.28-22 12-17 61.22x11 16x7 62.29-23

Hier een voorbeeld van de eerder aangehaalde schema's. In de partij volgde 18.31-26 12-17 19.37-31 17-22 met voortzetting van de omsingeling. De eerste vraag is of zwart niet beter kan laten slaan op 18.31-26. Het is alleen lastig om een geschikt tempo te vinden. De opstelling van de zwarte lange vleugel is ingericht op de terugruil 14-19x9. Dan is het tempo 18...4-9 nogal langzaam. Na 18...1-7x21 zit er een dam in. Hij is evenwel niet helemaal te gratis en gaat er met 13-18 weer met stukwinst vanaf. Kennelijk had de zwartspeler wat last van slappe knieën.

In de eerder aangehaalde voorbeelden uit de begintijd is wel eens 18.38-32 21-26 19.32-27 gespeeld. De formatie 36,31,27 is erg hinderlijk voor de voortzetting van de omsingeling. Echter de zwarte lange vleugel staat nog flexibel, zodat op 28-23 de ruil 14-19x9 kan volgen. Dezelfde omstandigheden zijn aanwezig later in de partij. Het is mij dan ook een raadsel, waarom rechts de verschrikkelijke zet 23...5-10 werd gespeeld.

Enige inventiviteit is wel vereist. Het simpele plan 23...7-12 24.48-42 1-6 25.42-37 2-7 26.40-35 4-9 27.44-40 18-22 faalt op 28.27x18 13x22 29.28x17 met schijfwinst of dam. Dat is altijd het geval bij grote ontwikkelingsvoorsprong. De zetjes komen allemaal de kant van de aanvaller uit. Beter is het transporteren van zoveel mogelijk stukken naar de vleugel waar het van moet komen via 23...8-12 24.49-43 3-8 25.48-42 11-16 26.42-37 1-6. Wit heeft onvoldoende tempi om te wachten. Na 28-23 komt steeds de terugruil 14-19x9 met prachtig spel voor zwart.

Wiering,M. - Martens,R. Cannes, 14-02-1993, 2-0
1.32-28 20-25 2.33-29 17-21 3.39-33 21-26 4.44-39 16-21 5.50-44 12-17 6.37-32 26x37 7.42x31 21-26 8.47-42 26x37 9.42x31 7-12 10.41-37 19-23 11.28x19 14x23 12.35-30 10-14 13.46-41 1-7 14.30-24 14-20 15.32-28 23x32 16.37x28 18-22 17.48-42 13-18 18.41-37 9-13 19.37-32 22-27 20.31x22 18x27 21.32x21 17x26 22.28-23 11-17 23.42-37 6-11 24.38-32 17-22 25.32-28 22-27 26.37-32 27x38 27.43x32 11-16 28.24-19 13x24 29.23-18 12x23 30.28x30 8-13 31.49-43 7-12 32.33-28 12-17 33.36-31 26x37 34.32x41 2-8 35.29-24 20x29 36.34x23 25x34 37.40x29 15-20 38.45-40 8-12 39.40-34 5-10 40.34-30 20-25 41.30-24 10-14 42.39-33 3-9 43.24-19 13x24 44.29x20 16-21 45.44-40 12-18 46.23x12 17x8 47.28-23 8-12 48.40-34 12-17 49.43-38 21-27 50.41-37 17-22 51.33-29

Wederom een witspeler, die de punten als het ware cadeau krijgt. Wit heeft zojuist 15.32-28x28 gespeeld. De aanval 15.33-28 was een volwaardig alternatief. In de diagramstand komt zwart met het eerder aangehaald plan 16...18-22?! en komt er goed mee weg. Logischer lijkt een keertje de zet 19.31-26 en zwart moet maar zien, dat hij zijn korte vleugel weer los krijgt. Het opspelen van schijf 48 is overigens tamelijk onhandig van wit. Nu kan hij niet gemakkelijk schijven van de korte vleugel naar de lange brengen met 38-32 etc.

Rechts staan de schijven van wit nogal onevenwichtig verdeeld over het bord. In de partij kan hij daar iets aan doen met de dubbele ruil 24-19, 23-18x30 gevolgd door 29-24x23 en gaat wel weer met zijn stand. Iedere zet, die iets doet tegen de ruil 24-19 en 23-18 is beter. De meest voor de handliggende voortzetting lijkt 27...13-18 28.49-43 11-16. Dat dreigt met het dammetje (34-30x30) 12-17 X. Om de aanvalsruil 34-30x30 mogelijk te maken kan wit 29.36-31 26x37 30.32x41 overwegen. Na 30...7-11 31.34-30 25x34 32.39x30 16-21 33.44-39 21-26 34.41-36 20-25 35.40-35 25x34 36.39x30 11-17 dreigt er weer van alles.

Kwint,M. - Graaf,de,A. NLD-chC, 01-01-1994, 0-2
1.32-28 17-21 2.33-29 21-26 3.39-33 16-21 4.44-39 20-25 5.50-44 12-17 6.37-32 26x37 7.42x31 21-26 8.47-42 26x37 9.42x31 19-23 10.28x19 14x23 11.41-37 7-12 12.46-41 15-20 13.35-30 10-15 14.30-24 5-10 15.33-28 9-14 16.28x19 14x23 17.38-33 4-9 18.33-28 9-14 19.28x19 14x23 20.48-42 1-7 21.42-38 10-14 22.38-33 14-19 23.32-27 19x30 24.27-22 17x28 25.33x22 18x27 26.29x9 3x14 27.31x22 8-13 28.37-32 12-18 29.43-38 18x27 30.32x21 11-16 31.41-37 16x27 32.37-32 13-18 33.32x21 18-22 34.38-33 7-12 35.49-43 14-19 36.36-31 19-23 37.34-29 23x34 38.40x29 6-11 39.21-16 22-27 40.16x18 27x36 41.29-23 36-41 42.18-13 41-47 43.23-19 47x24 44.45-40 30-35 45.19x30 25x45 46.13-9 45-50 47.9-4 20-24 48.4-36 2-8 49.36-18 50-45 50.18-31 45-40 51.31-26 40x32 52.26x3 35-40

Het bezwaar van vroegtijdig 14-20 is de aanval tegen schijf 23. Deze vereist enige verfijning. Anderen hebben in dit soort positie eerst 18.43-38 gespeeld alvorens de aanval met 33-28 voort te zetten. Nu krijgt zwart de kans de Stahlbergdreiging erin te brengen. Rechts werd 22.38-33? gespeeld en na 22...14-19 is opvangen met 23.40-35 19x30 24.35x24 bezwaarlijk vanwege het dammetje 25-30 en 13-19. Het dammetje lijkt overigens remiseachtig. De afwikkeling uit de partij met 23.32-27-22 blijkt erger. Hoewel er nog lang voldoende verdediging lijkt te zijn.

Luteijn,F. - Graaf,de,A. NLD-chC, 01-01-1994
1.33-29 17-21 2.32-28 21-26 3.39-33 16-21 4.44-39 20-25 5.37-32 26x37 6.42x31 21-26 7.47-42 26x37 8.42x31 11-17 9.50-44 6-11 10.41-37 19-23 11.28x19 14x23 12.46-41 10-14 13.35-30 5-10 14.30-24 14-20 15.33-28 9-14 16.28x19 14x23 17.32-28 23x32 18.37x28 10-14 19.38-32 14-19 20.40-35 19x30 21.35x24 1-6 22.45-40 17-22 23.28x17 11x22 24.41-37 3-9 25.43-38 9-14 26.48-43 7-11 27.38-33 13-19 28.24x13 8x19 29.40-35 2-8 30.31-26 4-9 31.37-31 9-13 32.31-27 22x31 33.36x27 19-24 34.32-28 11-16 35.43-38 6-11 36.38-32 11-17 37.49-43 17-22 38.28x17 12x21 39.26x17 24-30 40.35x24 18-23 41.29x9 20x29 42.9x20 15x24

In mijn partij maakt Arie zich met zwart sterk in het centrum. Erg veel aanval is er niet meer over in de diagramstand. Het ruiltje 27...13-19 is eigenlijk niet de bedoeling, waardoor wit terug kan vechten. Beter was eerst 14-19 en daarna 13-19. Maar dat was verhinderd door 27...14-19 28.32-27 19x30 29.29-23 met schijfwinst. Een zet eerder was het wel een optie geweest. Hoewel de afwikkeling 26...14-19 27.32-27 19x30 28.29-23 ook niet helemaal duidelijk is.

In het volgende middenspel is afwachten geen optie voor wit. Hij staat erg ver naar voren en moet expansie zoeken ook al heeft dat tot gevolg dat de partijafwikkeling toegelaten moest worden. Kansrijker dan de afwikkeling was 37...14-19 38.43-38 17-21 39.26x17 12x21 40.44-40 8-12 41.29-23 18x29 42.34x14 20x9 geweest. Wit overwoog 43.28-23 9-14 44.40-34 en was erg gelukkig dat hij het allemaal niet meer hoefde te bewijzen.