SCHIEDAM - Het Nederlandse kampioenschap kende voor mij dit jaar een voorspoedige start. Reeds binnen enkele maanden was het duidelijk, dat de openingsproblemen tal van tegenstanders hen teveel zouden worden. Tot tweemaal toe kwam de Davidov variant op het bord. Evenals vorig jaar kozen Arie de Graaf en Henk van Marle precies dezelfde opening Ditmaal zorgde ik ervoor, dat de partijen snel uit elkaar liepen. Desondanks kwamen beiden in een eenzelfde soort lange vleugel opsluiting terecht.

 

Graaf,de,A. - Luteijn, F.NLD-chC, 01-01-1995, 0-2

1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-30 20-25 6.30-24 19x30 7.35x24 14-20 8.33-29 22x33 9.39x28 17-21 10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.38-33 11-17 13.42-38 17-22 14.28x17 12x21 15.33-28 7-12 16.44-39 10-14 17.39-33 5-10 18.49-44 18-23 19.28x19 13x24 20.44-39 15-20 21.32-28 9-13 22.47-42 14-19 23.38-32 12-18 24.42-38 18-23 25.31-27 8-12 26.40-35 10-15 27.45-40 3-8 28.36-31 24-30 29.35x24 19x30 30.28x19 13x24 31.40-35 8-13 32.33-28 4-9 33.41-36 9-14 34.38-33 24-29 35.33x24 20x40 36.35x44 13-19 37.44-40 14-20 38.40-34 12-18 39.43-38 18-23 40.38-33 19-24 41.28x19 24x13 42.33-28 13-19 43.48-42 20-24 44.42-38 2-8 45.38-33 19-23 46.28x19 24x13 47.50-45 30-35 48.34-29 15-20 49.29-23

 

De Davidov opening is beter voor wit, mits hij voldoende aandacht besteed aan zijn centrumoverwicht. Met zwart zijn talloze pogingen gedaan om direct zaken te doen vanuit diagram 1. Sommige spelers hebben geprobeerd schijf 18 eruit te werken met 14-19, 2-7 en 18-23. Cor koene ging met wit naar veld 23. Het ruiltje 18...18-23 19.28x19 13x24 is bedoeld om een stuk van de korte vleugel naar de de lange vleugel te transporteren en witte centrumoverwicht een beetje te neutraliseren.

 

Na het gespeelde 20.44-39 moet zwart opletten niet het slachtoffer te worden van 20...8-12 21.32-27x28 en 34-29x17. Ook op de volgende zet na 20...15-20 21.32-28 is 8-13 geen goed idee, vanwege 31-27 en 34-29x17. Ook is het onverstandig veld 19 te vroeg te bezetten. Wit kan zich dan bevrijden met 21..14-19? 22.28-22 gevolgd door 31-27x28.

 

In diagram 4 heeft wit het te bont gemaakt. De opbouw met 26.40-35 in plaats van 26.34-29 23x34 27.40x29 geeft zwart de tijd om de dodelijke ruil 24-30 in de stand te brengen. Het opspelen van de kroonschijf was daarbij nodig enerzijds om na de ruil naar 30 het slagje naar 7 eruit te halen. Anderzijds is schijf 2 belangrijk om eventuele avonturen van wit over veld 22 de kop in te boren. Bijvoorbeeld 28.50-45  24-30 29.35x24 20x29 30.33x24 19x30 31.28x19 13x24 32.40-35 4-9 33.27-22 9-13 34.32-27 21x32 35.38x27 12-18 36.22-17 zou met schijf 2 op 3 een probleem zijn.

 

Wit mag het niet laten aankomen op het vastlopen van de stelling. Na 34.50-45 2-8 35.45-40 6-11 36.48-42 12-18! 37.27-22 (op 38-33? beslist 24-29!) 8-12 38.28-23 14-19 gaat schijf 22 verloren. Net iets listiger is 34.50-44. Er dreigt dan 34-29x7 of 34-29x9. Het wordt echter weerlegt door 34...2-7  of het grappige 34...12-18 met op 27-22x22 dam naar veld 49.

 

Op het moment dat wit strategische gezien verslagen is, breekt technisch gezien de interessantste fase van de partij aan. Een enorme reeks venijnige finesses hinderen zwart bij de winstvoering. Bijvoorbeeld de nuttige zet 37...2-8 is verhinderd door 38.28-23; 47-41 en 40-35 X. 

 

Zwart ruilt vanuit diagram 6 tweemaal terug. Dat gebeurt bepaald niet uit luxe, maar omdat er geen enkel beter alternatief voor handen is. Aanvankelijk was ik 40...20-24 41.50-44 15-20 van plan. Na direct 42.33-29 24x22 43.27x29 19-24 44.29-23 45.24-29 lukt het nog wel. Maar als wit een zet wacht met 42.48-42, dan heeft zwart geen tempo om het dammetje na eruit te houden. Ook na 40...20-24 41.50-44 41.15-20 42.44-40 30-35 43.48-43 35x44 44.39x50 43-39 heeft zwart niet beter dan de ruil 19-24x13.

 

In diagram 7 zou zwart graag 44.30-35 spelen. Maar helaas kan wit dan remise maken met het offer 45.27-22!! 21-27 46.32x21 16x18 47.28-22 18x27 48.31x22. Zwart moet daarom eerst met 44...2-8 het stuk op 22 controleren. Op de volgende zet na 45.38-33 is de terugruil 19-23x13 wederom vrijwel gedwongen. Anders krijgt wit de kans 28-23x22 te ruilen.

 

Op 45...15-20 46.28-23 19x28 47.33x22 faalt 47...30-35 op 48.22-18 6-11 49.18-12 8x17 50.50-44 24-30 51.27-22=. Na 45...15-20 46.28-23 19x28 47.33x22 6-11 48.50-45! 30-35 49.39-33 zit er een meerslagfinesse naar veld 6 in. Het gespeelde 47.50-45 is een laatste poging om tactisch het vege lijf te redden.

 

Na 47...13-19 zit de finesse 48.27-22 21-27 49.32x21 16x18? 50.37-32 26x28 51.33x2 erin. Op 47...15-20 48.45-40 30-35 heeft wit de meer dan reddende wending 49.33-28x9 X. Een pointe van 47.50-45 is voorts 47...13-18? 48.34-29 30-35 (of?) 49/29-24 met wit voordeel. Echter na het gespeelde 47...30-35! doet schijf 45 niet meer mee voor de verdediging. Dat is direct fataal. Meer tegenstand had gewoon 47.50-44 geboden.

 

Marle,van,H. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1995, 0-2

1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-30 20-25 6.30-24 19x30 7.35x24 14-20 8.33-29 22x33 9.39x28 17-21 10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.38-33 11-17 13.42-38 10-14 14.44-39 5-10 15.47-42 14-20 16.31-27 17-21 17.36-31 9-14 18.41-36 18-23 19.28x19 13x24 20.33-28 8-13 21.39-33 2-8 22.43-39 14-19 23.34-29 4-9 24.40-34 24-30 25.45-40 19-23 26.29x18 12x23 27.28x19 13x24 28.40-35 8-13 29.49-44 10-14 30.33-28 7-12 31.44-40 14-19 32.50-45 6-11 33.39-33 30x39 34.33x44 3-8 35.44-39 9-14 36.48-43 12-18 37.39-33 8-12 38.43-39 18-23 39.39-34 23-29 40.34x23 24-30 41.35x24 20x18 42.40-34 14-20 43.33-29 20-24 44.29x20 25x14 45.38-33 19-24 46.42-38 14-20 47.28-22 20-25 48.45-40 13-19 49.22x13 19x8 50.33-28 8-13 51.40-35 13-19 52.27-22 21-27 53.32x21 16x18 54.28-22 18x27 55.31x22 11-16 56.36-31 12-17 57.22x11 16x7 58.31-27 19-23 59.27-22 7-11 60.38-33 23-28 61.22-17 28x30 62.17x6 30-34

 

Een heel andere stelling, maar soortgelijke technieken. In diagram 10 ruilt zwart 18-23x24 om de ontsnapping 27-22 uit de stelling te halen. Dat is overigens alleen een ontsnapping. Een witspeler, die wil winnen speelt zoiets alleen als het echt niet anders kan. De formatie 27,31,32,36,37 maakt 'ijs' van de zwarte stukken op de korte vleugel. Na 27-22 komen deze stukken weer tot leven.

 

Het is niet helemaal duidelijk of wit na de wachtzet 14...4-9 wel naar 22 kan zonder in grote moeilijkheden te komen, maar voorlopig kan zwart niet aanvallen met 12-18 vanwege de finesse 33-29 (18x27) 33-28 (27x18) 29-24x1 X. Flits adviseert eerst 20-24 en daarna de aanval. Het mogelijk maken van de aanval via 7-11 is helemaal fout. Schijf 11 geeft 'support' aan de witte voorpost (Masterclass).

 

In diagram 11 het resultaat. Wit staat niet onaardig. Zwart heeft veel 'ijs' op de korte vleugel. Er dreigt enigszins de twee om twee 19-23x23. Die laat wit niet graag toe. De resulterende stelling heeft zijn eigen logica en het staat niet bij voorbaat vast, dat het witte positie voordeel dan werkt. Meerdere witspelers hebben in dit soort stand tegen mij de uitval 24.29-23 gedaan. Hier is dat niet zo'n goed idee, vanwege 24...9-14 25.50-44 3-9 26.49-43 7-11 en wit moet offeren.

 

De zwarte opstelling aan de lange vleugel vertoont grote gelijkenis met die tegen Arie de Graaf. Hij ontneemt wit ruimte op de korte vleugel. Daardoor moet er voortdurend in het centrum gespeeld worden en gaat het 'mooi' van de witte stand.

 

In diagram 12 faalt de manoeuvre 31.34-29 24x22 32.27x7 6-11 33.35x24 11x2 34.44-40 20x29 35.39-34 op de schijfwinst 35...21-27 en 36...13-19 X.

 

Het vastlopen van de stelling via 31.44-40 14-19 32.50-44 6-11 33.48-43 3-8 (diagram 13) 34.38-33 faalt op 34...24-29, terwijl op 34.28-22 verrassend 45...12-17 46.22-18 13x22 47.27x18 17-22 48.18x27 19-23 49.38-33 23-29; 30-34 en 25-30x47 X volgt.

 

Zwart moet nog steeds uiterst behoedzaam en geduldig te werk gaan. Links heeft hij prachtig grip op de witte korte vleugel en centrum. Echter aan de korte vleugel staan de stukken niet goed voor het eindspel. Na het overhaaste 34...9-14 kan 35.35-30 24x35 36.44-39 35x22 37.27x9 volgen met een gemakkelijke remise.

 

In de partij wikkelt zwart af naar een gewonnen afspel via de herbezetting van veld 18. Nu de kroonschijf is opgespeeld, is de uitbraak 27-22x22 niet meer zo'n probleem. Op 38.27-22 18x27 39.31x22 24-29! 40.33x24 20x29 41.43-39 14-20 gaat schijf 22 verloren. Na 38.43-39 18-23 39.40-34 24-30 40.35x24 20x40 41.45x34 12-17! 42.33-29 17-22 is het eindspel verschrikkelijk.

 

Dit soort afspelen wint overigens niet vanzelf. In diagram 16 dreigt 47.45-40 24-29xx29 X. Het gespeelde 47.28-22 kan betiteld worden als een wanhoopspoging. Na 47.34-29 20-25 48.29x20 15x24 49.45-40 13-19 gaat het hard. De achterloop 50.28-22 faalt op 25-30x8 met gratis doorloop. Op 50.40-34 18-23 51.28-22 12-17 kan wit ten koste van wat stukken naar veld 14. Het overblijvende eindspel is wanhopig ondanks de zwaktes op de zwarte korte vleugel.