Koene,C. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1984
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-30 20-25 6.30-24 19x30 7.35x24 14-20 8.33-29 22x33 9.39x28 17-21 10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.38-33 11-17 13.42-38 10-14 14.47-42 13-19 15.44-39 8-13 16.31-27 17-21 17.28-23 18x29 18.34x23 19x28 19.32x23 21x32 20.37x28 15-20 21.41-37 20-24 22.37-32 13-19 23.32-27 5-10 24.42-37 7-11 25.38-32 2-8 26.43-38 8-13 27.49-43 25-30 28.40-35 13-18 29.39-34 18x40 30.45x25 9-13 31.43-39 13-18 32.28-22 3-9 33.22x13 19x8 34.32-28 9-13 35.37-32 11-17 36.36-31 26x37 37.32x41 4-9 38.28-22 17x28 39.33x22 14-19 40.41-37 12-17 41.22x11 6x17 42.50-44 17-22 43.27x18 13x22 44.39-33 19-23 45.44-39 8-12 46.39-34 10-14 47.37-31 12-18 48.38-32 14-19 49.33-29 24x33 50.25-20 33-39 51.34x43 19-24 52.20x29 23x34 =

 

Tegen Cor Koene heb ik een groot aantal partijen gespeeld in de Davidov opening. Niet altijd liet hij de zwartspeler zijn gang gaan. Ook is het een keertje voorgekomen, dat hij mij en Anton Schotanus met als tussenstation het plaatsje Nagele tegen elkaar heeft laten spelen. Pas na een dertig zetten bekende hij ons zijn wandaad en week hij af. De Davidov opening is in principe goed voor wit. Zoals Gantwarg het tegenwoordig zegt: Zwart heeft veel 'íjs' op zijn lange vleugel door het ontbreken van het aanknopingspunt 35. Ook is het mogelijk uit te breken over veld 23. Met zwart probeer ik deze uitbraak er uit te houden. De ultieme consequentie ervan zien we onderstaande partij:

 

Koene,C. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1982
10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.38-33 16-21 13.42-38 13-19 14.44-39 8-13 15.47-42 11-16 16.50-44 10-14 17.31-27 18-23 18.34-30 25x34 19.40x18 13x31 20.36x27 2-8 21.39-34 12-18 22.43-39 8-13 23.49-43 19-24 24.45-40 7-12 25.41-36 14-19 26.28-22 5-10 27.33-28 18-23 28.40-35 12-18 29.34-30 10-14 30.38-33 23-29 31.43-38 18-23 32.44-40 14-20 33.30-25 6-11 34.25x14 9x20 35.40-34 29x40 36.35x44 20-25 37.37-31 26x37 38.42x31 21-26 39.22-17 26x37 40.17x6 24-30 41.32x41 23x34 42.33-28 19-24 43.36-31 30-35 44.28-23 3-8 45.6-1 8-12 46.1x9 4x13 47.23-19 24-29 48.19x8 29-33 49.8-3 15-20 50.27-22 20-24 51.22-18 24-30 52.3-8 33-38 53.8-17 38-43 54.48x39 34x43 =

 

In diagram 3 dreigt wit met de uitval 28-23xxx23. Cor is redelijk goed in scherpe stellingen. Echter in standen waar schijnbaar niets aan de hand is, krijg je vaak onverwachte kansen. Vandaar de zet 17...18-23, die ik tegen Schotanus natuurlijk nooit gespeeld zou hebben. De zet 31.43-38 is de eerste zet van Koene. Schotanus speelde 31.42-38. Cor probeerde aldus in beide partijen meer dan een punt te verdienen.
 

Schotanus,A. - Koene,C. NLD-chC, 01-01-1982
31.42-38 18-23 32.44-40 14-20 33.30-25 6-11 34.25x14 9x20 35.39-34 20-25 36.43-39 4-9 37.48-43 9-14 38.36-31 3-8 39.22-18 23x12 40.34x23 13-18 41.39-34 18x29 42.34x23 8-13 43.43-39 14-20 44.23x14 20x9 45.39-34 9-14 46.34-29 14-19 47.29x20 15x24 48.28-22 =
 

Sluisdom,C. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1999
10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.31-27 10-14 13.38-33 11-17 14.43-38 17-21 15.44-39 5-10 16.49-43 13-19 17.50-44 14-20 18.28-23 19x28 19.33x13 9x18 20.39-33 8-13 21.44-39 4-9 22.33-28 2-8 23.39-33 10-14 24.43-39 20-24 25.34-29 7-11 26.29x20 15x24 27.39-34 14-19 28.34-29 12-17 29.29x20 25x14 30.40-34 19-24 31.45-40 13-19 32.40-35 14-20 33.48-43 9-13 34.43-39 18-23 35.36-31 20-25 36.41-36 3-9 37.47-41 24-30 38.35x24 19x30 39.28x19 13x24 40.27-22 17x28 41.32x23 30-35 42.23-18 8-13 43.34-29 13x22 44.29x20 25x14 45.39-34 21-27 46.33-28 22x33 47.31x22 33-39 48.34x43 35-40 0-2

 

Het eruit houden van de ruil 28-23 heb ik later wat 'verfijnd'. Een methode is openhouden van veld 13. Wit heeft in diagram 5 verzuimd schijf 47 er tijdig uit te halen. Hij wil geen lange vleugel opsluiting aanvaarden. Begrijpelijk omdat op 18.36-31 8-13 19.41-36 18-23 20.40-35 10-14 21.45-40(?) 4-10 22.33-29 zwart nog het tempo 2-8 heeft om te laten slaan. Na 33-29 of 34-29 ruilt zwart terug en haalt het 'ijs' van zijn lange vleugel. Ten einde raad besloot wit tot de ruil 18.28-23, waarna ik grip kreeg op de stelling.
 

Marle,van,H. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1995
10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.38-33 11-17 13.42-38 10-14 14.44-39 5-10 15.47-42 14-20 16.31-27 17-21 17.36-31 9-14 18.41-36 18-23 19.28x19 13x24 20.33-28 8-13 21.39-33 2-8 22.43-39 14-19 23.34-29 4-9 24.40-34 24-30 25.45-40 19-23 26.29x18 12x23 27.28x19 13x24 28.40-35 8-13 29.49-44 10-14 30.33-28 7-12 31.44-40 14-19 32.50-45 6-11 33.39-33 30x39 34.33x44 3-8 35.44-39 9-14 36.48-43 12-18 37.39-33 8-12 38.43-39 18-23 39.39-34 23-29 40.34x23 24-30 41.35x24 20x18 42.40-34 14-20 43.33-29 20-24 44.29x20 25x14 45.38-33 19-24 46.42-38 14-20 47.28-22 20-25 48.45-40 13-19 49.22x13 19x8 50.33-28 8-13 51.40-35 13-19 52.27-22 21-27 X
 

Een andere methode om schijf 18 weg te krijgen als het nodig is, zien we in mijn partij tegen Henk van Marle. Zwart heeft in diagram 5 veld 19 consequent open gehouden. Dat biedt hem de mogelijkheid bij het voltooien van de lange vleugel opsluiting met 18.41-36 de benen te nemen met het ruiltje 18...18-23 19.28x19 13x24. Dat lijkt overigens leuker dan het is. Een hekstelling zonder een schijf op 35 geeft volgens Gantwarg een hoop 'ijs' op de lange vleugel. Dat 'ijs' ging er pas een beetje vanaf toen ik in diagram 6 de kans kreeg 19-23 te ruilen (gevolgd door 28.40-35!?).
 

Koene,C. - Luteijn,F. WchC, 01-01-1989
10.29-23 18x29 11.24x33 21-26 12.31-27 10-14 13.40-34 20-24 14.44-40 5-10 15.50-44 14-19 16.44-39 10-14 17.34-29 24-30 18.29-23 19-24 19.27-22 14-20 20.32-27 13-18 21.22x13 9x29 22.39-34 30x39 23.43x23 4-9 24.28-22 9-13 25.33-28 11-17 26.22x11 6x17 27.48-43 24-30 28.37-32 30-35 29.49-44 20-24 30.41-37 13-18 31.47-41 18x29 32.28-22 17x28 33.32x34 24-30 34.34-29 12-18 35.38-33 30-34 36.29-24 25-30 37.40x29 30x19 38.33-28 7-12 39.37-32 12-17 40.41-37 17-21 41.43-38 8-13 42.38-33 2-8 43.45-40 15-20 44.40-34 19-23 45.28x19 13x24 46.44-39 8-13 47.42-38 13-19 48.27-22 18x27 49.29-23 19x28 50.33x31 20-25 51.31-27 25-30 52.34x25 35-40 53.38-33 40-45 54.33-28 3-9 55.36-31 9-14 56.39-33 45-50 57.33-29 24x22 58.27x18 50-33 59.31-27 33-29 0-2
 

Een hele enkele keer sla ik wel eens met schijf 18 in plaats van schijf 20. Door het ontbreken van schijf 18 heb je dan weinig last van de uitval 28-23xx23. Daartegenover staat dat wit naar veld 21 dreigt te ruilen, zodra er 11-17 komt. Voorts hindert het 'ijs' op de lange vleugel zwart enorm in zijn opbouw. In deze stand begaat Cor met 14.50-44? de eerste van een reeks uitglijders. Normaliter stellen de witspelers zich op met 14.43-39. Dat heeft het voordeel, dat na het vrijwel aangewezen 14...14-19 de oversteek 15.36-31 10-14 16.41-36 mogelijk is zonder een schijf op 21 te hoeven toelaten. 

 

Cor Koene leverde een flinke bijdrage aan mijn wereldtitel, toen hij in diagram 8 schijf 29 doorschoof naar 23. Het komt wel vaker voor in dit soort stellingen dat witspelers hun inderdaad voortreffelijke stand overschatten en doorhollen naar 23, waar gewoon 40-34 aangewezen is.

 

Dan komt er misschien nog een herkansing voor de nuttige oversteek 36-31 en 41-36 zonder een stuk op 21 en zonder gedwongen te zijn 27-22 te spelen. Zwart zou immers graag (18.40-34) 14-20 willen spelen. Maar dan kan 36-31 en 41-36 met bevrijding va de witte lange vleugel. De reactie 18.29-23? 19-24! 19.27-22 14-20 moet als een volslagen verrassing gekomen zijn. Opgemerkt moet worden dat wit daarna naar 19 kan gaan voor wat tegenspel.

 

Met diagram 9 komen we terug in de partij Koene - Luteijn uit het NK-corr 1984. Met wat simpele opbouwzetten heeft zwart toch nog wat druk weten op te bouwen. Ik zou gewonnen hebben als ik niet slordig twee zetten had omgewisseld in het afspel. Wit staat hier overigens goed, als hij zich maar een beetje verdiept in de zwarte mogelijkheden. Hij speelde 27.49-43? 25-30! 28.40-35 13-18 29.39-34 18x40 30.45x25 en de rollen waren compleet omgewisseld. Even aansluiten op veld 34 met 27.40-34! had zwart een goed deel van het tegenspel uit handen geslagen.

 

In diagram 10 slaat wit op de vlucht met 38.28-22x22. Ik was van plan op 38.38-32 14-19 39.41-37 17-21 40.48-42 13-18 41.42-38 18-23 42.50-44 9-14! aan te sturen (diagram 11).

 

In een klassieke middenspelpositie met 'tempovoordeel' is volgens Evert Bronstring schijf 15 de 'gouden' schijf, die allerlei remisewendingen eruit haalt. Je hebt dan minder tempovoordeel (==ontwikkelingsachterstand) nodig om een gewonnen stand te bereiken. Volgens hem komt het voor dat er in een stand met vijf tempi nog steeds niets aan de hand is door het offer van Dussaut (35-30 en 33-29). Het stuk op 15 slaat het offer van Dussaut dood. Ook heeft de formatie 23,19,14 meer kracht met een 'wachter' op een van de velden 4, 10 of 15.

 

Het verloop 43.44-40 8-13 44.40-34 6-11 45.34-30 21-26 46.39-34 12-18 47.34-29 23x34 48.30x39 18-23 59.39-34 10-15 is op zijn zachts gezegd kansrijk voor zwart. Toch heeft een alerte witspeler niet veel te vrezen als hij er maar voor zorgt, dat er geen 'gouden schijf' op het bord blijft. Dat kan hij bereiken vanuit diagram 10 met de zetten 38.38-32 14-19 39.41-37 17-21 40.39-34 13-18 41.34-29. Na 41...10-15 42.29x20 15x24 43.50-44 18-23 44.48-43 9-14 45.44-40 8-13 zit er geen zuchtje winstkans meer in de stand. Bijvoorbeeld (diagram 12):

Enige tijd terug mocht ik de toenmalig wereldkampioen Cor de Gooijer erop betrappen, dat hij deze laatste remise manoeuvre niet kende. De uitbraak die Cor Koene in de partij neemt is veel riskanter, omdat je je dan vanuit de theorie op onbekend terrein begeeft. Zijn positie is in diagram 13 uitermate zorgelijk. De schijven 25 en 35 staan buitenspel. Zwart dreigt het punt 27 in handen te krijgen. Maar om het te winnen moet je als zwart natuurlijk wel 45...8-13! spelen.

 

In de partij kreeg wit zijn ongedachte remisekans via 45...8-12? 46.39-34 10-14 47.37-31 en 16-21 is verhinderd door een klein zetje. Na 47...12-18 48.38-32 14-19 49.33-29 24x33 50.25-20 is wit er doorheen. Het verschil met 45...8-13 is dat na 46.39-34 10-14 47.37-31 13-19 48.34-30 de achterloop 48...23-28 kan zonder lastig gevallen te worden door 31-27. Na 49.31-27 28x39 50.27x18 39-44 51.18-12 9-13 (verhindert 52.12-7) 52.49-43 44-50 53.12-7 14-20 54.25x23 50-11 55.30x8 11x37 56.43-39 16-21 57.35-30 21-27 58.30-25 37-14 is zwart ruim op tijd met 27-31-36-41-46.

De hoofdvariant van het eindspel is:

45...8-13 46.39-34 10-14 47.48-42 13-18 48.33-29 24x33 49.38x39 23-28 50.34-30 16-21 51.29-24 21-27 52.24-19 14x23 53.25-20 27-32 54.37-31 32-37 55.42-38 37x26 56.30-25 28-33 57.38x29 23x34 58.20-14 9x20 59.25x14 34-39 60.14-10 39-43  61.35-30 (d14)

Op 61.10-5 43-48 ontstaat een gewonnen variant van het beroemde eindspel de Haas - Bizot.

61...43-48 62.30-24 48-37 63.10-4 (d15)

Na 63.10-5 37-42 64.24-19 42-20 65.10-5 20-14 66.10-15 13x23 67.15-33 22-27X

63...37-14  64.4-15 14-5! 65.15-4 26-31 66.4-15 31-36 67.15-20

Op 67.24-19 5x23 68.15-33 22-27 69.33-38 23-32 70.38-29 18-23 X.

67...36-41 68.24-19 5x23 69.20-33 23-10 70.33x6 18-22 X.