Davidov was niet de eerste zwartspeler, die de diagram 1 op het bord kreeg. Maar hij was wel degene, die ermee een grootheid als Anatoli Gantwarg wist te vloeren. Inmiddels is deze opening 662 keer op het bord geweest. Daarvan sloegen de zwartspelers 384 keer met schijf 20 en 278 keer met schijf 18. Zelf geld ik als een specialist in dit spelgenre. Het is niet eenvoudig voor de zwartspeler om de boel rond te krijgen. Hieronder de beroemde partij, die ook op pagina 299 van de Eerste stap naar het wereldkampioenschap is te vinden.
Gantwarg,A. - Davidov,S. URS-ch, 08-12-1970
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-30 20-25 6.30-24 19x30
7.35x24 14-20 8.33-29 22x33 9.39x28 17-21 10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.44-39
10-14 13.31-27 4-10 14.39-33 11-17 15.50-44 14-19 16.44-39 10-14 17.36-31 17-21
18.41-36 18-23 19.49-44 5-10 20.33-29 14-20 21.29x18 13x33 22.39x28 8-13
23.38-33 2-8 24.42-38 20-24 25.43-39 15-20 26.40-35 10-15 27.45-40 7-11 28.47-42
12-17 29.27-22 8-12 30.31-27 12-18 31.36-31 24-30 32.35x24 19x30 33.33-29 20-24
34.29x20 25x14 35.34x25 18-23 36.28x8 17x28 37.32x23 21x45 38.8-2 45-50 39.31-27
50x47 40.37-31 26x37 41.27-21 16x27 42.2x46 14-20 43.25x14 9x20 44.46-32 20-25
45.32-16 25-30 46.23-18 30-35 47.16-7 47-24 48.7-16 24-29 49.18-13 29-47 50.16-7
47-36 51.7-18 6-11 X
De halve finale van het persoonlijk kampioenschap van Nederland is weer van start gegaan. De uitslagen van mijn eerste partijen waren niet onverdeeld gunstig te noemen. Eerst werd verloren van Jeroen Goudt en Hans Vermin alvorens het eerste punt gescoord werd tegen Toine Brouwers. In vooral strategisch opzicht lastige posities werden kansrijke standen bereikt alvorens de trein een lekke band kreeg. Vooral de partij tegen Jeroen Goudt zit me een beetje dwars. Tal van mensen, die beter zouden moeten weten, suggereren dat de zwartspeler geveegd werd. In werkelijkheid was de blijdschap van Jeroen Goudt vooral terug te voeren op een lichte verstrooidheid mijnerzijds. Wellicht is het goed eens wat nader in te gaan op de strategische aspecten in deze lijfopening van mij.
Goudt,J. -
Luteijn,F. NLD-ch sf1, 05-01-1985
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-30 20-25 6.30-24 19x30
7.35x24 14-20 8.33-29 22x33 9.39x28 17-21 10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.44-39
11-17 13.38-33 10-14 14.42-38 5-10 15.50-44 17-21 16.47-42 14-20 17.31-27 9-14
18.33-29 3-9 19.39-33 20-24 20.29x20 15x24 21.43-39 10-15 22.36-31 14-19
23.41-36 24-30 24.49-43 18-23 25.40-35 6-11 26.35x24 19x30 27.28x19 13x24
28.33-28 15-20 29.38-33 4-10 30.34-29 8-13 31.45-40 30-35 32.40-34 24-30
33.42-38 10-15 34.44-40 35x44 35.39x50 30x39 36.43x34 13-19 37.48-43 2-8
38.50-44 8-13 39.44-40 9-14 40.40-35 12-17 41.35-30 13-18 42.43-39 18-23
43.29x18 20-24 44.18-13 24x35 45.13x24 7-12 46.33-29 25-30 47.34x25 35-40
48.38-33 15-20 49.24x15 40-45 50.29-24 12-18 51.24-20 14-19 52.20-14 19x10
53.15x4 X.
Dit is de
beslissende stand. Deze positie had ik al enige tijd voor ogen met 40 op 44 en
43 op 39. De hangende schijf op veld 11 maakt winst minder waarschijnlijk, maar
de vastloper 39...9-14 40.43-39 19-24 41.40-35? 11-17 42.27-22 7-11 43.31-27
12-18 44.36-31 14-19 stond mij voor ogen. Het idee 11-17 is overigens niet van
mij. In de beroemde partij Gantwarg - Davidov won de zwartspeler vanuit diagram
3 met:
27...7-11 28.47-42 12-17 29.27-22 8-12 30.31-27 12-18 31.36-31 24-30 32.35x24 19x30 33.33-29 20-24 34.29x20 25x14 35.34x25 18-23 36.28x8 17x28 37.32x23 21x45 38.8-2 45-50 39.31-27 50x47 40.37-31 26x37 41.27-21 16x27 42.2x46 14-20 43.25x14 9x20 44.46-32 20-25 45.32-16 25-30 46.23-18 30-35 47.16-7 47-24 48.7-16 24-29 49.18-13 29-47 50.16-7 47-36 51.7-18 6-11 X
In de partij Goudt - Luteijn had wit wat handiger geopereerd en veld 43
opengelaten. Ik vergeet eventjes, dat het bezwaar van 39...9-14 de zet 40.40-35
is. Dan is 40...19-24 verhinderd en op andere zetten volgt 41.35-30 en zwart is
degene, die vast loopt. Sterk in aanmerking komt daarentegen direct 39...19-24.
Anderen hebben 20-24x24 en 20-24x14 aangegeven. Maar die zetten geven alleen een
moeizame remise.
De beste
reactie op 39...19-24 leek mij tijdens de partij de reactie 40.28-23 (diagram
4). Op diverse manieren loopt het dan remise. In de partij overwoog ik het offer
40...24-30 41.43-39 30-35 42.23-18x50xx18 11-17-22 en zwart loopt er tamelijk
eenvoudig doorheen. Echter ook het terugruiltje 7-12x2 loopt vrij eenvoudig
remise. Een ander idee is 39...19-24 40.28-23 11-17 41.23-18xx18 17-22 en 24-30
of 41.43-39 13-18 42.27-22 17x19 43.29-23 18x29 44.34x3 =.
Ook na andere zetten van wit is het nog geen gelopen parkoers. Op 39...19-24 40.43-39 9-14 41.28-23 13-19 42.23-18 12x23 43.29x18 7-12 44.18x7 11x2 is het nog behoorlijk lastig voor zwart om de volle buit binnen te halen. Jeroen gaf na de partij aan met 39...19-24 40.43-39 9-14 41.28-22 12-18 42.29-23 18x29 43.34x23 verder te willen gaan. De variant 43...13-19 44.33-28 24-30 45.23-18 30-35 46.38-33 35x44 47.39x50 20-24 48.33-29 24x33 49.28x39 14-20 50.39-33 7-12 ziet er niet goed uit voor wit.
In de Davidov opening hebben de laatste tijd een groot aantal hobbels voor de
zwartspeler het levenslicht aanschouwd. Op de 10e zet moet zwart een belangrijke
beslissing nemen. Hij kan met schijf 18 en met schijf 20 slaan. Als je met
schijf 20 slaat, dan blijf je wellicht zitten met schijf 18 en kan wit zich
bevrijden over veld 22. De slag met 18 geeft wit extra centrumoverwicht. In de
partij tegen Clerc sloeg ik voor de verandering eens met schijf 18. Het
resultaat viel niet tegen:
Clerc,J. -
Luteijn,F. NLD-chT, 28-09-1984
12.31-27 10-14 13.36-31 11-17 14.27-22 7-11 15.40-34 14-19 16.43-39 19-24
17.45-40 5-10 18.49-43 24-30 19.33-29 30-35 20.29-23 12-18 21.23x21 16x36
22.38-33 11-16 23.32-27 8-12 24.37-32 20-24 25.43-38 24-30 26.41-37 3-8 27.33-29
10-14 28.38-33 14-20 29.37-31 26x37 30.32x41 9-14 31.42-38 2-7 32.28-23 14-19
33.23x14 20x9 34.41-37 9-14 35.48-42 14-20 36.38-32 7-11 37.42-38 4-9 38.32-28
9-14 39.37-31 11-17 40.22x11 6x17 41.28-22 17x28 42.33x22 16-21 43.27x16 36x18
44.38-32 12-17 45.32-27 8-12 46.47-42 17-21 47.16-11 21x32 48.11-6 12-17
49.29-23 18x29 50.34x23 17-21 51.6-1 21-26 52.1-6 14-19 53.23x14 20x9 54.40-34
9-14 55.42-38 32x43 56.39x48 30x39 57.44x33 35-40 58.33-28 26-31 59.48-42 25-30
60.6-11 30-35 61.28-22 40-45 62.11-16 35-40 63.16-2 13-18 64.22x13 40-44
65.50x39 45-50 66.39-34 50-22 67.13-8 22-17 68.8-3 17-26 69.3x25 15-20 70.25x36
=
In plaats van
het scherpe 13.36-31 moeten zwartspelers rekening houden 13.43-39 20-24 14.40-34
5-10 15.45-40 en zwart heeft tempoproblemen. Auke Scholma speelde in het
wereldkampioenschap tweemaal de zet 15...14-19 en won door aardige wendingen een
stuk.
Stokkel,J. - Scholma,A. Wch, 11-10-1984
15.45-40 14-19 16.36-31 15-20 17.41-36 10-15 18.49-43 24-30 19.27-22 12-17
20.33-29 30-35 21.31-27 7-12 22.39-33 19-24 23.37-31 26x37 24.42x31 16-21
25.27x18 24-30 26.22x11 13x22 27.28x17 30x26 28.36-31 26x37 29.17-12 8x17
30.11x22 20-24 31.29x20 25x14 32.47-42 37-41 33.42-37 en wit wist later nog te
ontsnappen.
Diallo,M. - Scholma,A. Wch, 17-10-1984
15.45-40 14-19 16.36-31 15-20 17.41-36 10-15 18.50-45 24-30 19.27-22 12-17
20.31-27 7-12 21.33-29 16-21 22.27x18 19-24 23.22x11 13x33 24.39x28 30x50
25.29-23
6x17 26.37-31 26x37 27.42x31 50x22 28.31-27 22x31 29.36x27 9-13
30.32-28 2-7 31.48-43 7-11 32.47-42 13-19 33.23x14 20x9 34.38-32 9-13 35.42-37
4-9 36.40-34 8-12 37.49-44 3-8 38.43-39 11-16 39.45-40 9-14 40.39-33 24-30
41.44-39 17-21 42.37-31 21-26 43.27-22 26x37 44.32x41 14-19 45.40-35 12-18
46.35x24 18x27 47.24-20 15x24 48.28-23 19x28 49.33x31 13-18 50.41-37 18-23
51.37-32 24-30 52.31-27 8-13 53.27-22 16-21 54.32-27 21x32 55.22-17 32-37
56.17-12 37-41 57.12-7 41-46 58.7-1 46-28 59.1x29 28x50 X
Ik zou iedereen de zet 15...14-19 willen aanraden, ondanks dat het wit diverse ontsnappingen biedt. Bijvoorbeeld de oversteek 16.36-31 10-14 17.41-36 is de minste van de zwarte problemen. Lastiger is waarschijnlijk de prik 16...28-23 17.29x18 32x23 (is tijdens de subtoptraining viermaal gemist) en wit krijgt een vrijwel foutloze aanvalsstelling. Zelf probeerde ik tegen Hein Meijer en Theo van der Hoek het principiële 15...14-20 en dat werd niets na de reactie 16.34-29, 40-34 en 44-40. De eerste partij kan ik niet terugvinden in Turbo dambase. Overigens wist ik regelmatig de toch wel tamelijk ongelukkige stand te winnen. Zie behalve onderstaande correspondentiepartij ook de partijen de Hardt - Luteijn en Hermans - Luteijn.
Hoek,van den,Th. - Luteijn,F. NLD-chC g2,
00-00-1978
15.43-39 14-20 16.34-29 10-14 17.40-34 24-30 18.36-31 11-17 19.41-36 17-21
20.29-23 13-19 21.33-29 8-13 22.38-33 20-24 23.29x20 15x24 24.42-38 4-10
25.50-45 10-15 26.48-43 7-11 27.45-40 2-8 28.47-42 13-18 29.34-29 8-13 30.29x20
15x24 31.40-34 18x40 32.44x35 30-34 33.39x30 25x34 34.49-44 14-20 35.43-39 34x43
36.38x49 13-18 37.49-43 12-17 0-2
Een oplettend student kan gemakkelijk ontdekken, dat het een en ander niet helemaal klopt voor zwart. In diagram 9 is de druk tegen de witte voorpost gerealiseerd ten koste van twee hinderlijke gaten op veld 2 en 4. De bedoeling was 28.40-35 24-29 29.33x24 14-20 met interessant spel, niet noodzakelijkerwijs beter voor zwart. Na het gespeelde 28.47-42 13-18 heeft wit diverse afwikkelingen.
De
bedoeling van de witte zet 29.34-29 was het uitlokken van de afwikkeling
29...30-34 30.29x20 34x45 31.44-40 15x24 32.28-22 19x17 33.49-44 X. De reactie
29...8-13 was een onaangename verrassing. Er zitten ook nog wat dure
damdoorbraken met 29.40-35 18x40 30.33-29 24x22 31.35x4 22-28 32.44x35 14-20
33.32x23 21x41 34.36x47 26x48 35.39-34 48x30 36.35x24 20x18 37.4x31 8-13 38.31x4
11-17 en de wit verliest een schijf. Het overblijvende vier om drie eindspel is
interessant, maar lastig.
De voorgaande zet 27.45-40 kan vervangen worden door 44-40. Ook direct 27.47-42 met de dreiging 33-29x7 is lastig. Grappig is de afwikkeling 27...13-18 28.33-28 (45-40 is beter) 24x22 29.32-28 18x40 30.44x4 22x44 X. Een variant is 27.47-42 2-8 28.44-40 13-18 29.49-44 18x29 30.34x23 8-13 31.40-35 24-29 32.33x24 14-20x10. Deze is eveneens waarschijnlijk niet slechter voor de witspeler. Ik ben indertijd weken aan het knutselen geweest om er iets van te maken.